Delen op
24 juli 2026

Werk, energie en coronaire vaatdysfunctie: waarom jouw ervaring belangrijk is

Veel mensen met coronaire vaatdysfunctie herkennen het: je wilt graag blijven werken, maar je lichaam werkt niet altijd meer mee.

De ene dag lukt er veel. De andere dag is traplopen, reizen, vergaderen, tillen, concentreren of een gewone werkdag ineens te veel. Soms komen klachten direct. Soms pas later, als je alweer thuis bent. En juist die wisselingen maakt het zo ingewikkeld om de aandoening uit te leggen aan een werkgever, bedrijfsarts, verzekeringsarts of het UWV.

Wat is coronaire vaatdysfunctie?

Coronaire vaatdysfunctie is een verzamelnaam voor hartklachten zonder duidelijke vernauwingen in de grote kransslagaders. Andere gebruikte termen zijn ANOCA en INOCA. Coronaire vaatdysfunctie komt door coronaire microvasculaire dysfunctie, het niet goed werken van de kleinste vaten, en/of vaatspasmen. De klachten kunnen veel invloed hebben op dagelijks leven en werk.

Toch is er nog weinig bekend over wat coronaire vaatdysfunctie betekent voor duurzame arbeidsparticipatie. Wat helpt mensen om te kunnen blijven werken? Wat maakt werken juist moeilijker? Welke rol spelen vermoeidheid, pijn op de borst, kortademigheid, concentratieproblemen, wisselende belastbaarheid, stress, reistijd, werkdruk of onvoldoende begrip? En wat hebben bedrijfsartsen en verzekeringsartsen nodig om mensen en werkgevers beter te begeleiden en adviseren?

Onderzoek naar werk en dagelijks functioneren

Daarom doen Amsterdam UMC, Tilburg University en Leiden UMC samen met ervaringsdeskundigen onderzoek naar werk en dagelijks functioneren bij mensen met coronaire vaatdysfunctie.

De resultaten worden gebruikt om betere ondersteuning te ontwikkelen voor patiënten én zorgprofessionals.

Daarbij worden onder andere een e-learning voor bedrijfs- en verzekeringsartsen en een factsheet voor patiënten ontwikkeld.

Wil je meedoen aan het onderzoek?

Had je betaald werk toen je klachten begonnen, heb je een coronaire functietest ondergaan en is bij jou coronaire vaatdysfunctie of INOCA vastgesteld? Dan kun je mogelijk deelnemen aan dit onderzoek.

Deelnemen kan via:

Meer informatie ontvangen? Laat hier je gegevens achter, de onderzoekers nemen dan contact met je op.

Heb je vooraf nog vragen?

Neem dan contact op met dr. Dinah van Schalkwijk via d.l.vanschalkwijk@amsterdamumc.nl of bel 00316 50 06 35 23.

Verderop in dit artikel lees je wat deelname inhoudt, wie er mee kunnen doen en waarom jouw ervaring belangrijk is.

Wie zijn betrokken bij het onderzoek?

Het projectteam bestaat uit dr. Dinah van Schalkwijk, dr. Gilbert Wijntjens en prof. Frederieke Schaafsma vanuit Amsterdam UMC, dr. Paula Mommersteeg vanuit Tilburg University en dr. Melina den Haan vanuit de Women’s Heart Health Clinic van het LUMC. Ook zijn ervaringsdeskundigen betrokken: Lilian Lambrechts en Maaike Wichgers vanuit haar dubbele rol als bedrijfsarts én ervaringsdeskundige. Het project wordt gefinancierd door ZonMw binnen Innovatieve Arbozorg.

De rol van Stichting VrouwenHart

Voor Stichting VrouwenHart is dit onderzoek belangrijk, omdat we in onze groepen veel verhalen horen van mensen die vastlopen in werk, re-integratie, contact met de bedrijfsarts, het UWV of het uitleggen van hun wisselende klachten.

Daarom delen we deze oproep niet alleen, maar gaan we ook met de onderzoekers in gesprek. Want hoe beter we begrijpen wat coronaire vaatdysfunctie betekent voor werk, herstel en belastbaarheid, hoe beter we patiënten, werkgevers, bedrijfsartsen en verzekeringsartsen kunnen helpen om passende begeleiding mogelijk te maken.

Caroline Verhage en Renate Kaal-Poppelaars denken vanuit Stichting VrouwenHart ook mee vanuit het patiënten perspectief. 

In gesprek met het projectteam

Voor dit artikel spraken we met dr. Gilbert Wijntjens, dr. Paula Mommersteeg en drs. Maaike Wichgers. Dr. Dinah van Schalkwijk kon niet bij het gesprek aanwezig zijn, maar heeft haar antwoorden schriftelijk aangevuld.

Dr. Gilbert Wijntjens is bedrijfsarts en onderzoeker bij Amsterdam UMC. Voordat hij bedrijfsarts werd, werkte hij in de cardiologie. Daar deed hij onderzoek naar intracoronaire fysiologie, de microcirculatie en vaatspasme, onder andere in samenwerking met Jan Piek en Tim van de Hoef. Hij geeft aan dat zijn hart nog altijd sneller klopt als het gaat om hart- en vaatproblematiek, ook binnen de bedrijfsgeneeskunde.

Dr. Dinah van Schalkwijk is als onderzoeker werkzaam bij Amsterdam UMC. Zij heeft medische psychologie gestudeerd, en heeft haar proefschrift afgerond in 2024. Zij is betrokken bij verschillende onderzoeken op het gebied van het coronaire vaatdysfunctie. Op die manier zet zij zich in om het hele proces van diagnosestelling, zorg en nazorg in kaart te brengen en te verbeteren.

Dr. Paula Mommersteeg is werkzaam als universitair docent Medische en Klinische psychologie aan het Center of Research on Psychology in Somatic diseases, Tilburg University. Als universitair docent houdt zij zich bezig met zowel wetenschappelijk onderzoek, als het geven van onderwijs aan studenten psychologie. Ze doet onderzoek naar de rol van stress en psychologische klachten in het ontstaan en verergeren van hartziekten. Daarbij richt zij zich speciaal op hartziekten waarbij er geen duidelijke vernauwingen zijn van de kransslagader. Dit komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Maaike Wichgers is bedrijfsarts en daarnaast ervaringsdeskundige op het gebied van coronaire vaatdysfunctie. In het gesprek benoemt zij dat deze combinatie haar helpt om zowel professioneel als vanuit eigen ervaring naar wisselende belastbaarheid, goede en slechte dagen en de impact op werk te kijken.

In het gesprek vertellen de onderzoekers en een ervaringsdeskundigen waarom dit onderzoek nodig is, welke vragen zij willen beantwoorden en hoe de resultaten kunnen bijdragen aan betere ondersteuning van patiënten, bedrijfsartsen en verzekeringsartsen.

Wat was voor jullie de aanleiding om dit onderzoek te starten?

Gilbert Wijntjens: “Binnen de bedrijfsgeneeskunde heb ik nog niet veel mensen met deze aandoening gezien, maar binnen de cardiologie wel. Wat mij opviel, is dat veel mensen moeite hadden om hun ritme en vooral hun werk weer op te pakken. We kwamen al snel tot de conclusie dat er een grote groep mensen in de werkende leeftijd is die het werk niet volhoudt. Tegelijk is er nog heel weinig over bekend. Zelfs onder cardiologen leven nog veel vragen, laat staan onder bedrijfsartsen en verzekeringsartsen.”

Dinah van Schalkwijk: “Voor mij persoonlijk waren de verhalen van patiënten in mijn eerdere onderzoeken de aanleiding om hier verder onderzoek naar te doen. Tijdens mijn PhD deed ik onderzoek naar het zorgtraject bij patiënten met ANOCA. Daaruit kwamen verschillende verbeterpunten voor de zorg naar voren. Een veel genoemd knelpunt was het vastlopen op het werk, bij de bedrijfsarts en het UWV. Patiënten beschreven dat zij zich niet altijd gezien, gehoord en gesteund voelden door werkgever, bedrijfsarts of verzekeringsarts. Ook de financiële gevolgen werden genoemd. Niet alleen patiënten, maar ook cardiologen benadrukten deze knelpunten op het gebied van arbeidsparticipatie.”

Wat zie je op dit moment als de grootste kenniskloof rond coronaire vaatdysfunctie en werk?

Gilbert Wijntjens: “Dat is het vertalen naar mogelijkheden en beperkingen. Binnen de bedrijfsgeneeskunde kijken we naar vragen als: hoe lang kun je lopen, staan, bukken, tillen of nadenken? Maar er wordt nog te weinig rekening gehouden met de wisselende belastbaarheid. Heb je een goede dag en ga je net over je grens, dan kun je daar de volgende dag of zelfs dagen later de gevolgen van merken.”

Dinah van Schalkwijk: “We zien dat er nog onvoldoende kennis is over coronaire vaatdysfunctie bij bedrijfs- en verzekeringsartsen. Zij missen duidelijke informatie en richtlijnen om deze patiëntengroep goed te begeleiden en te adviseren. We weten bijvoorbeeld nog onvoldoende welke factoren bijdragen aan wel of niet kunnen blijven werken met ANOCA. Binnen de bedrijfsgeneeskunde wordt gekeken naar persoonsfactoren, werkfactoren, omgevingsfactoren en ziektefactoren. Denk aan werkdruk, fysiek werk, werktijden, nachtdiensten, prikkels, temperatuur, lawaai of schadelijke stoffen. Om goed advies te kunnen geven, is kennis nodig over de aandoening én over factoren die het werkvermogen positief of negatief beïnvloeden. Op die vraag willen we met dit onderzoek antwoord geven.”

Waarom is het belangrijk dat ook mensen meedoen die minder zijn gaan werken, ziekgemeld zijn, arbeidsongeschikt zijn geraakt of misschien al gestopt zijn?

Dinah van Schalkwijk: “Een onderzoek uit 2023 van de INOCA international samenwerking laat zien dat 69% van de patiënten met ANOCA een negatieve invloed op hun werk ervaart. Daarbij is 56% minder gaan werken, 48% vervroegd met pensioen gegaan, heeft 38% een uitkering aangevraagd en is 33% ander werk gaan doen met minder inkomen. Dit zijn schokkende cijfers en liggen hoger dan bij de ‘klassieke’ obstructieve aandoeningen. Het is juist belangrijk dat iedereen meedoet omdat we de ervaring van iedereen in kaart willen brengen dus ook van de mensen die zijn uitgevallen, ander werk zijn gaan doen, afgekeurd zijn etc. Juist als we alle groepen en verschillen kunnen meenemen in ons onderzoek kunnen we nog beter advies geven aan de bedrijfs- en verzekeringsartsen.”

Waar hopen jullie met dit onderzoek uiteindelijk meer inzicht in te krijgen?

Gilbert Wijntjens:  “Zoals Dinah al zei, we willen beter begrijpen welke factoren mensen helpen om aan het werk te blijven en welke juist belemmeren. Gaat het om sociale steun, begrip van de werkgever, regelmogelijkheden, autonomie of waardering? Daar willen we meer grip op krijgen.”

Maaike, jij kijkt vanuit twee kanten naar dit onderwerp: als bedrijfsarts én als ervaringsdeskundige. Wat is jouw ervaring in de praktijk als bedrijfsarts? Wat zie jij in de praktijk gebeuren?

Maaike Wichgers: “Als bedrijfsarts gaat het om luisteren naar het verhaal van mensen en daarop doorvragen. Doordat ik zelf ervaringsdeskundige ben, weet ik hoe wisselend de klachten en belastbaarheid kunnen zijn. Op een goede dag kun je bijna alles, maar op een slechte dag moet mijn man mij soms helpen de trap op te komen. Ik loop zelf ook tegen een verzekeringsarts aan die niet weet wat deze aandoening inhoudt en daardoor veel van mij verwacht. Dan denk ik: ik zou zo graag meer willen doen, maar sommige dagen is het al een uitdaging om de dag door te komen.”

Welke vragen kunnen bedrijfsartsen stellen om een completer beeld te krijgen van wisselende belastbaarheid en de terugval na inspanning?

Maaike Wichgers: “Vraag vooral hoe het door de dagen heen gaat. Wanneer heb je een slecht moment en hoe vang je dat op? Omdat je zo graag wilt werken, ben je geneigd de goede momenten meer te benoemen dan de slechte. Maar als je na een activiteit moet gaan slapen, is dat óók belangrijke informatie.

Door mijn eigen ervaring vraag ik daar anders op door. Ik weet hoe wisselend deze aandoening kan zijn. In mijn revalidatietraject zie ik hoeveel mensen vastlopen in de communicatie met hun bedrijfsarts of verzekeringsarts. De ene dag kun je iets wel, een uur later misschien niet meer. Soms gaat het een week goed en soms lukt er bijna niets. Wat betekent dat dan voor werk?

Daarom kijk je als bedrijfsarts altijd naar het complete plaatje: niet alleen naar de klachten, maar ook naar het werk zelf. Geeft het werk energie of juist stress? Zijn er mogelijkheden voor andere taken of een andere werkplek? Uiteindelijk gaat het erom dat werk, privé en herstel met elkaar in balans zijn.”

Paula Mommersteeg: “Dat is ook heel moeilijk. Je wilt niet minder kunnen, niet ziek zijn, kwetsbaar of afhankelijk zijn, en je wilt die slechte dagen eigenlijk niet. Je wilt de goede dagen, je wilt kunnen werken, blijven functioneren, zinvol bezig zijn en vooral je werk behouden.”

Wat zou je werkgevers willen meegeven?

Gilbert Wijntjens: “Bied vooral voldoende sociale steun en begrip. Probeer mee te denken. Oordeel vooral niet.”

Paula Mommersteeg: “En het zit ook in de praktische regelmogelijkheden. De flexibiliteit. Proberen piekbelasting te verminderen. Dat iemand flexibiliteit kan aanbrengen in zijn of haar werk, dat kan natuurlijk helpen.”

Gilbert Wijntjens: “Zeker. Alleen zeggen ‘ik begrijp je’ is niet genoeg. Het gaat ook om praktische dingen. Werkplekaanpassingen doen, kijken wat iemand nodig heeft. Dat is heel variabel. Je moet echt denken aan een tailored approach: op de persoon gericht. En ik vind wel dat het primair de taak van de bedrijfsarts is om dat met de werkgever te bespreken.”

Jullie hebben het alle drie over de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de klachten. Waarom is het zo belangrijk dat we daar meer over leren?

Paula Mommersteeg: “Wat ik naar aanleiding van het verhaal van Maaike interessant vind, is in hoeverre mensen dit zelf doorhebben. We kennen bij coronaire vaatdysfunctie vaak het beeld van pijn op de borst en kortademigheid. Maar we weten eigenlijk nog niet zo goed hoe het zit met die grilligheid van klachten.

Dat proberen we met dit onderzoek in kaart te brengen. In de community, en ook bij cardiologen en verpleegkundig specialisten, dringt dat beeld wel door. Maar wetenschappelijk gezien weten we daar nog niet zoveel over.

Die grilligheid zou ik ook graag vertaald zien naar patiënten zelf: dat mensen daar een beeld bij krijgen. Het is een aandoening waar je niet (zomaar) vanaf komt. De klachten kunnen misschien verminderen met leefstijl, medicatie en adviezen, maar voor een deel gaat het ook om leren omgaan met de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de klachten, zowel in het dagelijks leven als in het werk.

In het begin denk je misschien: er is nu een diagnose, nu gaan ze me helpen en wordt het opgelost. Maar helaas is dat niet altijd zo. Dat is ook een belangrijk punt om te maken.”

Wat doet het met iemand als werk onder druk komt te staan?

Gilbert Wijntjens:  “Vergeet niet wat dat voor impact heeft op mensen. Je hebt je hele leven goed kunnen functioneren en vervolgens krijg je een diagnose waardoor je leven opeens heel anders wordt.

Werk gaat niet alleen over inkomen, maar ook over sociale contacten, het gevoel dat je bijdraagt en baanzekerheid. Als dat onder druk komt te staan, heeft dat grote invloed op iemands kwaliteit van leven en mentale gezondheid.

We weten uit onderzoek bij mensen met obstructieve hart- en vaatziekten dat baanverlies samenhangt met een slechtere kwaliteit van leven, meer depressieve en angstklachten en financiële onzekerheid. Ook is de overleving in die groep slechter. Voor mensen met coronaire vaatdysfunctie weten we dat nog niet. Andersom zien we wel dat mensen die, ondanks een aandoening, kunnen blijven werken gemiddeld langer leven.”

Maaike, wat begrijp je als ervaringsdeskundige misschien sneller dan iemand die alleen professioneel kijkt?

Maaike Wichgers: “Je kijkt naar het complete plaatje. Iedereen heeft nodig om ook leuke dingen te doen, maar het moet wel in verhouding staan. Ook kijk je naar het werk zelf: doet iemand werk dat energie geeft, of is er juist veel stress, sociale onveiligheid of een veranderingsproces? Dan kan terugkeer naar werk juist niet helpend zijn. Je moet dus echt kijken naar de hele situatie.”

Mensen horen soms: “Je kunt wel wandelen of naar een verjaardag, dus werken moet ook lukken.” Waarom werkt dat bij coronaire vaatdysfunctie niet zo eenvoudig?

Dinah van Schalkwijk: “Iedere activiteit heeft een andere impact op de belastbaarheid. Activiteiten die plezier, ontspanning en voldoening geven kunnen juist het herstel bevorderen en kunnen minder klachten geven ook als ze lichamelijke of mentale inspanning vragen.

Daarentegen kunnen werkactiviteiten die gepaard gaan met hoge werkdruk, stress, verantwoordelijkheden of tijdsdruk veel meer energie kosten en klachten versterken.

Je kunt de belastbaarheid niet bepalen op basis van één moment. Dat iemand ervoor heeft gekozen een activiteit te doen zoals wandelen, naar een verjaardag gaan of een huttentocht in de bergen, betekend niet automatisch dat die persoon volledig kan werken. Daarnaast kiezen sommige mensen er bewust voor een activiteit te doen die zij belangrijk vinden en accepteren ze dat ze daarna weer extra hersteltijd nodig hebben.

Juist daarom kijken we bij duurzame arbeidsparticipatie niet alleen naar de medische diagnose, maar ook naar het totale functioneren: hoeveel energie iemand heeft, hoe goed iemand herstelt, hoe stressgevoelig iemand is en hoe werk en privé elkaar beïnvloeden.”

Mensen horen soms: “De grote vaten zijn schoon, dus u zou weer aan het werk moeten kunnen.” Hoe kijken jullie daar als bedrijfsarts tegenaan?

Maaike Wichgers: “Dat is precies die kennis over deze aandoening. Schone vaten betekenen niet dat er geen beperkingen zijn. Ik loop daar zelf ook tegenaan: dat er gezegd wordt dat mijn vaten schoon zijn en er dus niets aan de hand is. Dat is precies waarom we dit onderzoek doen.”

Gilbert Wijntjens: “In het onderwijs aan bedrijfsartsen probeer ik daarom nadrukkelijk naar voren te brengen dat ziekte van de kransslagaderen niet alleen in de grote vaten hoeft te zitten, maar ook functioneel kan zijn of in de kleine vaatjes kan voorkomen.”

Veel vrouwen voelen zich soms niet serieus genomen door de bedrijfsarts. Hoe zien jullie dat terug?

Maaike Wichgers: “Dan heb je het over bedrijfsartsen die de achtergrond niet kennen. Gilbert en ik kennen die achtergrond wel, dus wij zullen daar minder snel tegenaan lopen. Maar ik hoor het wel in de revalidatie.

Ik heb mensen daar ook verwezen naar het artikel in Quintesse. Ik zeg dan: als je met je bedrijfsarts in gesprek gaat, geef dan dat artikel. Laat hem of haar dat lezen, als die niet al een abonnement heeft. Het geeft extra achtergrondinformatie.”

Meer achtergrondinformatie

Het artikel in Quintessewaar Maaike naar verwijst is hieronder direct te downloaden. Hierin worden de huidige wetenschappelijke inzichten over coronaire vaatdysfunctie, werk, wisselende belastbaarheid en duurzame arbeidsparticipatie uitgebreid beschreven.

Het artikel is geschreven voor bedrijfs- en verzekeringsartsen, maar kan ook patiënten helpen om hun klachten en de impact op werk beter uit te leggen tijdens gesprekken met hun zorgverlener, bedrijfsarts, verzekeringsarts, werkgever of het UWV.

Download de publicatie (PDF)

De volledige bronvermelding vind je onderaan dit artikel.

Wat hopen jullie dat dit onderzoek uiteindelijk oplevert?

Paula Mommersteeg: “In ieder geval kennisoverdracht. Dat we positief kunnen bijdragen aan meer bekendheid, meer erkenning en meer begrip.

Als wetenschapper ben ik ook nieuwsgierig of we dat dagelijks functioneren en die klachten beter in kaart kunnen brengen. Tot nu toe blijft het vaak beperkt tot pijn op de borst, kortademigheid, een beetje vermoeidheid en kwaliteit van leven.

We hopen ook de werkgerelateerde bevorderende en belemmerende factoren beter in kaart te brengen.”

Dinah van Schalkwijk: “Meer begrip, betere begeleiding en beter advies. Hopelijk draagt het eraan bij dat mensen langer tevreden kunnen blijven werken en dat de economische, sociale en maatschappelijke impact kleiner wordt.”

Gilbert Wijntjens: “Voor mij is het primaire doel dat mensen met deze aandoening kunnen blijven werken. Op een plezierige manier. Daarvoor moeten we de bedrijfsarts ondersteunen, de verzekeringsarts, maar zeker ook de werknemers.”

Wie kunnen er meedoen? Wat zijn de inclusiecriteria?

Paula Mommersteeg: “Het gaat vooral om mensen die betaald werk hadden op het moment dat de klachten begonnen. Dat criterium is belangrijk, omdat we juist naar werkgerelateerde omstandigheden kijken. Daarnaast vragen we deelnemers om een coronaire functietest te hebben ondergaan. We erkennen dat zo’n test niet altijd nodig is om de diagnose te stellen of iemand te behandelen. Maar om het onderzoek wetenschappelijk zo sterk mogelijk te maken, helpt het enorm als er wel een afwijkende coronaire functietest is. Verder kijken we of er geen andere ernstige ziekte is die de klachten vooral verklaart, zoals ernstig astma, COPD of kanker met behandeling. We weten dat mensen vaak meerdere aandoeningen tegelijk hebben, zoals hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, fibromyalgie of een auto-immuunziekte. Dat kan er allemaal gewoon naast voorkomen.”

Kunnen patiënten ook terugkoppeling krijgen over de resultaten?

Paula Mommersteeg: “Ja, dat is zeker de bedoeling. Mensen kunnen aan het einde van de vragenlijst ook aangeven of ze op de hoogte gehouden willen worden. We willen de resultaten over de hele groep terugkoppelen, bijvoorbeeld via een artikel of factsheet.”

Hebben jullie nu al een advies voor patiënten die binnenkort een gesprek hebben met hun bedrijfsarts of verzekeringsarts?

Maaike Wichgers: “Ik adviseer nu om de bedrijfsarts te wijzen op het artikel in Quintesse. Vraag of de arts een abonnement heeft en verwijs naar het artikel dat we met elkaar hebben gemaakt. Daar staat in waaraan gedacht moet worden en welke elementen aandacht verdienen.”

De vragenlijst is uitgebreid en sommige mensen zullen misschien tussendoor willen stoppen. Waarom is het voor het onderzoek belangrijk dat deelnemers de vragenlijst zo volledig mogelijk invullen?

Paula Mommersteeg: “Hoe meer data wij hebben, hoe beter en nauwkeuriger wij analyses kunnen toepassen. Dan wordt het betrouwbaarder.”

Gilbert Wijntjens: “En hoe beter straks de bedrijfsarts en verzekeringsarts kunnen adviseren, omdat er onderbouwing is.”

Wat willen jullie meegeven aan mensen die twijfelen of deelname zinvol is?

Paula Mommersteeg: “Meedoen is helemaal vrijwillig en je mag altijd stoppen. Heb je er zelf direct voordeel van? Nee. Maar je helpt wel mee om kennis op te bouwen die toekomstige patiënten kan helpen. Veel ervaringen die we uit de praktijk horen, zoals de grilligheid van klachten en de invloed op werk, zijn nog onvoldoende wetenschappelijk onderzocht. Juist daarom is deelname zo waardevol.

Je kunt deelnemen als je:

  • door een cardioloog de diagnose coronaire vaatdysfunctie hebt gekregen, zoals CMD/microvasculaire dysfunctie en/of vaatspasmen;
  • een coronaire functietest hebt ondergaan;
  • betaald werk had op het moment dat je klachten begonnen;
  • bereid bent een online vragenlijst in te vullen van ongeveer 45 tot 60 minuten, verdeeld over drie delen.

Daarnaast geldt:

  • Je kunt aangeven of je eventueel wilt deelnemen aan een online groepsinterview. Niet iedereen wordt hiervoor geselecteerd; de onderzoekers proberen een zo breed mogelijke groep ervaringen te verzamelen. 

Wat vraagt deelname van jou?

Meedoen betekent dat je een online vragenlijst invult. Je hoeft hem niet in één keer af te maken. Je kunt tussendoor stoppen en later verdergaan. In de vragenlijst komen onder andere je medische achtergrond, werk, werkvermogen, vermoeidheid, concentratie, dagelijks functioneren en welbevinden aan bod.

Je kunt daarnaast aangeven of je eventueel wilt deelnemen aan een online groepsinterview. Niet iedereen wordt daarvoor uitgenodigd; de onderzoekers maken een selectie om verschillende ervaringen goed in beeld te krijgen. In zo’n gesprek gaat het over klachten, werk, activiteiten en wat helpt of belemmert bij het uitvoeren van je werkzaamheden.

Goed om te weten 

Er vinden geen medische onderzoeken, testen of behandelingen plaats. Deelname is vrijwillig. Je gegevens worden vertrouwelijk verwerkt en anoniem gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Wil jij bijdragen aan beter begrip van coronaire vaatdysfunctie en werk?

Door mee te doen help je onderzoekers beter inzicht te krijgen in de invloed van coronaire vaatdysfunctie op werk, belastbaarheid en duurzame arbeidsparticipatie. Die kennis kan bijdragen aan betere begeleiding van toekomstige patiënten.

Meer informatie ontvangen? Laat hier je gegevens achter, de onderzoekers nemen dan contact met je op.

Meer achtergrondinformatie

Wil je je verder verdiepen in de relatie tussen coronaire vaatdysfunctie, werk en duurzame arbeidsparticipatie? Dan vind je hieronder de recente publicatie in Quintesse.

Mommersteeg, P., den Haan, M., Lambrechts, L., Wichgers, M., Van Schalkwijk, D., De Groot-de Waal, M., & Wijntjens, G. (2026). Vrouwenhart? ANOCA/INOCA en de uitdaging van duurzame inzetbaarheid. Quintesse, 1(15), 7–14.

➡️ Download hier de volledige publicatie (PDF).

Daarnaast is dit artikel ook beschikbaar als geaccrediteerde bijscholing voor bedrijfs- en verzekeringsartsen via Prelum Academy.

➡️ Meer informatie over de bijscholing.

Meer over coronaire vaatdysfunctie

Keuzehulp Coronaire functietest

Twijfel je of deelname aan de Coronaire functietest bij jou past? Download dan de keuzehulp. Hierin lees je wie kan deelnemen, wat het onderzoek inhoudt en wat je kunt verwachten. Download de keuzehulp (pdf)

Meer interviews

Geschreven door Renate Kaal-Poppelaars.

Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl . Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.


Reacties

Geef een reactie