Wat we leerden over het vrouwenhart tijdens het DRES & Cathlab Symposium 2025
Tijdens een inspirerend symposium over het vrouwenhart kwamen artsen, onderzoekers en patiënten samen om te spreken over een onderwerp dat nog te vaak over het hoofd wordt gezien: de unieke kenmerken van het vrouwenhart en de gevolgen daarvan voor diagnose, behandeling en kwaliteit van leven. De bijeenkomst, geleid door een ervaringsdeskundige gastvrouw, bood ruimte voor openhartige gesprekken, kritische inzichten en hoopvolle vooruitzichten.
Voordat het programma begon, nam Eva Jinek het woord. Ze vertelde hoe ze bij de geboorte van haar beide kinderen te maken kreeg met zwangerschapsvergiftiging. Beide keren gebeurde het na de bevalling, en beide keren moest ze meerdere keren worden opgenomen om haar bloeddruk onder controle te krijgen. “Ik ben niet snel bang, maar ik vond dat heel angstig,” deelde ze. Sindsdien spreekt ze er openlijk over, omdat ze gelooft dat haar ervaring andere vrouwen kan helpen.
Eva vertelde hoe ze na haar laatste bevalling werd aangemeld bij een bloeddrukpoli. Tijdens het intakegesprek vulde ze samen met een verpleegkundige een risicoprofiel in. Ze gingen samen een computermodel-vragenlijst invullen om een berekening te maken van het risico dat ze hart- en vaatziekten zou ontwikkelen binnen 10 jaar. Alles werd meegenomen, van familiegeschiedenis tot mondwatergebruik, behalve haar zwangerschapsvergiftiging. “Ik dacht: dit is iets groots, dit moet meetellen. Maar het stond nergens,” zei ze. De verpleegkundige beaamde haar frustratie en voegde toe: “Jij bent degene met een talkshow, los het op.”
“Wat nou als het niet in het model zit? Betekent dat dan dat het er niet toe doet?” vroeg Eva zich af. Een pijnlijke, scherpe vraag, en daarmee zette ze de toon van het symposium.
Met haar verhaal gaf Eva Jinek de dag niet alleen een stem, maar ook een hartslag.
Op vrijdag 13 juni 2025 kwamen zorgprofessionals, onderzoekers en patiënten samen in Utrecht voor het DRES & Cathlab Symposium. Een dag vol gesprekken, verhalen en inzichten, over hoe anders het vrouwenhart werkt, en wat dat vraagt van goede zorg.
Want het vrouwenhart ís anders. En als je het niet ziet, betekent dat nog niet dat het er niet is.
Talkshow Ronde 1, Het vrouwenhart, wat is er anders?
In de eerste talkshow, onder leiding van Eva Jinek, stond één vraag centraal: Wat is er anders aan het vrouwenhart?
Het antwoord bleek veelzijdig én urgent. De structuur van het hart en de vaten, de invloed van hormonen, de manier waarop klachten zich uiten: alles wijst erop dat vrouwen niet zomaar een ‘variant’ zijn van het mannelijk model. Ze zijn fundamenteel anders, biologisch én in hoe zij zorg ervaren.
Symptomen als pijn tussen de schouderbladen, extreme vermoeidheid, misselijkheid of benauwdheid en pijn op de borst worden vaak niet herkend als hartklachten, niet door vrouwen zelf, maar ook niet door zorgverleners. Terwijl bij goed doorvragen deze klachten vaak alsnog wijzen op hartproblemen. En dus krijgen vrouwen later hulp, of worden hun klachten afgedaan als stress, burn-out of overgang.
De sprekers in deze ronde waren:
• Yolande Appelman, Interventiecardioloog – Amsterdam UMC
• Jeanine Roeters-van Lennep, internist vasculaire geneeskunde, Erasmus MC Rotterdam
• Hedwig Vos, hoogleraar huisartsgeneeskunde, LUMC Leiden
• Tim van de Hoef, interventiecardioloog, UMC Utrecht
Zij onderstreepten hoe belangrijk het is om het klassieke beeld van hartziekten ter discussie te stellen, het beeld waarin vernauwingen centraal staan, klachten zich volgens het boekje aandienen, en objectieve metingen leidend zijn.
Interventiecardioloog Yolande Appelman legde uit dat er biologische verschillen zijn tussen mannen en vrouwen die van invloed zijn op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Ze wees op drie fundamentele factoren: geslachtschromosomen, hormonen en het immuunsysteem. Zo hebben vrouwen twee X-chromosomen, waarvan er één inactief wordt gemaakt, maar die inactivatie is niet volledig. Daardoor blijft bij vrouwen meer genetische informatie actief, wat een sterker immuunsysteem oplevert. Dat beschermt vrouwen langer tegen bepaalde ziekten, maar zorgt er ook voor dat ze gevoeliger zijn voor auto-immuunziekten. Ook hormonen spelen een rol: oestrogeen biedt bescherming tegen hart- en vaatziekten, maar die bescherming neemt af na de overgang. Deze verschillen zijn niet alleen biologisch interessant, maar hebben directe gevolgen voor hoe klachten zich uiten én behandeld moeten worden.
Jeanine Roeters-van Lennep wees erop dat medische richtlijnen vaak gebaseerd zijn op onderzoek bij mannen. Vrouwspecifieke factoren zoals hormonale schommelingen, de overgang en complicaties tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld pre-eclampsie, worden vaak niet meegenomen in risicomodellen, terwijl ze wél een belangrijke rol spelen in het ontstaan van hart- en vaatziekten. “We moeten stoppen met doen alsof mannen de norm zijn en vrouwen de uitzondering,” zei ze. Ze pleitte ervoor om de risicoprofielen aan te passen aan de realiteit van vrouwen.
Tim van de Hoef wees op de beperkingen van diagnostiek die zich uitsluitend richt op obstructie. Juist bij vrouwen is vaak sprake van functionele stoornissen, zoals coronaire vaatdysfunctie, die onopgemerkt blijven als er niet gericht naar wordt gezocht. “Het gaat niet alleen om vernauwingen, maar om wat het vat daadwerkelijk doet,” benadrukte hij. Hij pleitte voor bredere diagnostische methoden, waaronder functietesten die inzicht geven in de werking van de vaten. Hij benadrukte dat we breder moeten kijken en andere vormen van testen moeten gebruiken om deze afwijkingen aan het licht te brengen.
Yolande Appelman benadrukte dat vrouwen met hartklachten in elke fase van de zorgketen, van huisartsenzorg tot interventie en revalidatie, specifieke aandacht nodig hebben. Ze pleitte voor gendersensitieve zorg in álle lagen van de zorg, en stelde dat ook in de opleidingen van zorgprofessionals meer aandacht moet komen voor de verschillen tussen vrouwen en mannen. “We moeten ophouden vrouwen te behandelen alsof ze kleine mannen zijn,” zei ze. Ze wees erop dat het belangrijk is om gendersensitief te denken in de hele zorgketen, van huisarts tot hartbewaking en revalidatie, en dat ook opleidingen hierin mee moeten groeien.
Hedwig Vos sprak over de sleutelrol van huisartsen bij het herkennen van hartklachten bij vrouwen. Juist omdat vrouwen zich vaak presenteren met atypische symptomen, is het volgens haar belangrijk dat huisartsen leren signalen te herkennen die niet direct passen in de bekende richtlijnen. “Als huisarts moet je soms verder kijken dan de protocollen je vertellen,” gaf ze aan. De huisarts is vaak de eerste die de signalen opvangt. Ze benoemde hoe lastig het is om vrouwen met onduidelijke of atypische klachten goed te helpen binnen het beperkte tijdsbestek van consulten. Volgens haar is er meer ruimte en bewustwording nodig om vrouwen serieus te nemen, ook als hun klachten niet direct passen binnen bestaande protocollen.
Het werd een gesprek waarin duidelijk werd dat de weg naar betere zorg begint bij erkenning van verschillen, en bij het besef dat luisteren minstens zo belangrijk is als meten.
De sprekers gingen ook in op diagnostiek. Tim van de Hoef benoemde dat bij 70% van de vrouwen met hartklachten géén vernauwingen in de kransvaten worden gevonden bij standaardonderzoek. Toch zijn hun klachten reëel. De oplossing? De coronaire functietest. Deze test onderzoekt de werking van de bloedvaten en kan aandoeningen zoals vaatkramp of microvasculaire dysfunctie aan het licht brengen. De test bestaat uit twee delen: een acetylcholine-test om spasmen op te sporen, en metingen om de functie van de microcirculatie te beoordelen. Nederland loopt hierin voorop: 20 van de 30 interventiecentra kunnen deze test inmiddels uitvoeren.
Ook het belang van onderzoek en richtlijnen kwam aan bod. Jeanine Roeters-van Lennep sprak over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in medisch onderzoek, wat leidt tot een kennisachterstand over vrouwspecifieke aspecten van hart- en vaatziekten. Gelukkig zijn er initiatieven die dit proberen te keren, zoals een grote studie vanuit het LUMC, Stichting Vrouwenhart en het RIVM naar vrouwen met zwangerschapshypertensie, en een cohortstudie in het Erasmus MC naar vrouwen met ernstige pre-eclampsie. Daarnaast zijn er nieuwe Europese richtlijnen waarin de coronaire functietest explicieter wordt opgenomen in het diagnostisch traject.
Het panel was het erover eens: wie alleen meet, mist een belangrijk deel van het verhaal. Diagnostiek moet hand in hand gaan met luisteren naar wat een patiënt vertelt. Juist daarom is het belangrijk om functietesten vaker in te zetten, zoals de coronaire provocatietest. Die maakt zichtbaar wat andere testen missen, zoals vaatkrampen of microvasculaire dysfunctie.
Talkshow Ronde 2, Vrouwenhart: niet-obstructief coronairlijden
De tweede talkshow ging dieper in op een groep vrouwen die maar al te bekend is met onbegrepen klachten: vrouwen met pijn op de borst zónder vernauwingen in de kransslagaders.
Onder de paraplutermen CMD, ANOCA, vasospastische angina en coronaire vaatdysfunctie schuilt een wereld van vrouwen die soms jaren ronddolen in het zorgsysteem, zonder diagnose.
In gesprek met Eva Jinek deelden vier experts hun kennis en ervaring:
• Yolande Appelman, interventiecardioloog, Amsterdam UMC
• Valeria Paradies, interventiecardioloog, Maasstad Ziekenhuis Rotterdam
• Nicola Vos, interventiecardioloog, OLVG Amsterdam
• Peter Damman, interventiecardioloog, Radboudumc Nijmegen
Yolande Appelman legde uit dat deze vormen van hartklachten vaak niet zichtbaar zijn op standaardonderzoeken, en dat vrouwen daardoor keer op keer te horen krijgen dat er niets aan de hand is. Ze benoemde het belang van functietesten zoals de coronaire provocatietest, die afwijkingen in de vaatfunctie zichtbaar kunnen maken. “We zien het pas als we ernaar zoeken, en daarvoor moeten we anders gaan kijken,” zei ze.
Valeria Paradies benadrukte hoe belangrijk het is om bij vrouwen goed door te vragen en hen serieus te nemen, ook als eerdere testen niets uitwijzen. Ze sprak over hoe patiënten vaak al een lange weg achter de rug hebben tegen de tijd dat zij op haar spreekuur verschijnen. “Veel vrouwen komen bij mij met de woorden: u bent mijn laatste hoop,” vertelde ze.
Nicola Vos wees op het belang van samenwerking tussen specialisten, om vrouwen met complexe klachten goed op te vangen en niet te snel af te wimpelen. Volgens haar kunnen we als cardiologen veel leren van de verhalen van vrouwen, juist omdat hun klachten vaak niet passen binnen de gebruikelijke patronen. “Je moet als arts het ongemak verdragen van iets niet meteen snappen.” zei ze.
Peter Damman sprak over de diagnostische route bij vrouwen met pijn op de borst en geen obstructie. Hij benoemde de waarde van protocollen én de noodzaak om ruimte te houden voor maatwerk. In plaats van te stoppen na een normale katheterisatie, zou verder gekeken moeten worden naar de oorzaak van klachten. “Een normale kransslagader betekent niet automatisch een gezond hart,” aldus Damman.
Een van de meest indrukwekkende momenten was het verhaal van Jennifer Hes de Beer, lid van onze community VrouwenHart Coronaire Vaatdysfunctie. Op uitnodiging van Yolande Appelman vertelde zij hoe ze jarenlang van kastje naar muur werd gestuurd. Ze beschreef hoe ze door meerdere ziekenhuizen ging, waarbij artsen haar klachten toeschreven aan stress of haar maagmedicatie mee naar huis gaven. Pas toen ze, op eigen initiatief, aandrong op verder onderzoek, werd eindelijk duidelijk wat er speelde: spasmen in haar hartvaten. Het werd stil in de zaal toen ze vertelde hoe het voelde om jarenlang niet geloofd te worden, en pas na jaren van zoeken erkenning te krijgen. En het raakte, in de zaal én daarbuiten.
Eva Jinek sloot het gesprek af met een warme, verbindende boodschap. Ze bedankte het panel voor hun openheid en betrokkenheid, en benadrukte dat vrouwen vaak zelf al heel goed aanvoelen dat er iets niet klopt. Ze sprak over het belang van blijven zoeken, ook als het systeem nog niet altijd meewerkt.
“Ik ben in elk geval hoopvol als ik dit allemaal zo hoor.” zei ze tot slot. Een uitspraak die de sfeer van het moment mooi samenvatte.
“Het vrouwenhart is geen boutiqueprobleem.” zei Eva Jinek treffend aan het einde van het symposium. Met die uitspraak gaf ze woorden aan de rode draad van de dag. Het vrouwenhart is geen niche, geen uitzondering, geen variant. Het is een serieuze medische uitdaging die vraagt om aandacht, onderzoek en actie.
Tot slot
Dankzij de inzet van patiënten, artsen en organisaties zoals Stichting VrouwenHart komt er steeds meer bewustwording. Maar er is nog een wereld te winnen.
Vrouwen krijgen niet alleen andere hartziekten. Ze krijgen ook andere zorg. En vaak: minder zorg.
Ze worden niet geloofd, niet gehoord, of pas laat serieus genomen. Ze passen niet in de standaardrichtlijnen. En dus is het risico groot dat ze tussen wal en schip vallen, met alle gevolgen van dien.
Maar wat dit symposium vooral liet zien: er ís beweging. Er is kennis, groei en verandering. Artsen, onderzoekers, verpleegkundigen, beleidsmakers en patiënten werken samen aan betere zorg. Functietesten worden vaker ingezet. Het verhaal van de patiënt wordt vaker meegenomen. En de modellen worden aangepast.
We zijn er nog niet. Maar we zijn wel op weg.
De opnames van beide talkshows zijn nog tot 1 augustus 2025 te bekijken via: https://dres.nl/talkshow/
Mis het niet, deze gesprekken verdienen het om gehoord te worden.
Stichting VrouwenHart blijft zich inzetten
Bij Stichting VrouwenHart zetten we ons elke dag in om ervaringen zichtbaar te maken. Om verhalen een podium te geven. En om te zorgen dat vrouwen sneller de juiste zorg krijgen, mét erkenning, en mét inhoud.
Herken jij jezelf in de verhalen uit dit symposium? Of wil je je ervaring delen met anderen die hetzelfde meemaken?
Je bent niet alleen. Sluit je aan bij onze Facebook community https://www.facebook.com/groups/coronairevaatdysfunctie/?ref=share
Meer weten over de coronaire vaatdysfunctie test? Bekijk de keuzehulp: Hoe maak je een weloverwogen keuze om de coronaire vaatdysfunctie test wel of niet te doen? En wat zijn de alternatieven? – Vrouwenhart
Geschreven door Renate Kaal-Poppelaars.
Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op zeer prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl . Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.