Delen op
1 september 2026

Nieuwe hartinfarctdefinitie benadrukt: bij troponine maakt sekse verschil

Bij verdenking op een hartinfarct is troponine een van de belangrijkste bloedwaarden die wordt gemeten. Maar welke waarde als afwijkend wordt beschouwd, hoort niet automatisch hetzelfde te zijn voor vrouwen en mannen. Sekse-specifieke troponinegrenzen zijn belangrijk voor het herkennen van hartspierschade bij vrouwen. De nieuwe Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction benadrukt dit expliciet. Wat betekent dat voor vrouwen en welke troponinewaarde geldt eigenlijk in Nederland?

Op 28 augustus 2026 verscheen de nieuwe Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction. Deze internationale definitie is opgesteld door de European Society of Cardiology (ESC), American College of Cardiology (ACC), American Heart Association (AHA) en World Heart Federation (WHF).

Een van de punten die voor vrouwen belangrijk is, gaat over troponine.

Troponine is een eiwit uit hartspiercellen. Wanneer hartspiercellen beschadigd raken, kan de hoeveelheid troponine in het bloed stijgen. Daarom wordt bij mensen die met mogelijke hartklachten op de spoedeisende hulp komen vaak een hoogsensitieve troponinetest gedaan.

Troponine bestaat uit verschillende eiwitten. Voor de diagnostiek van hartspierschade worden vooral cardiaal troponine I (cTnI) en cardiaal troponine T (cTnT) gemeten. Beide komen vrij bij schade aan hartspiercellen, maar het zijn verschillende eiwitten en ze worden met verschillende laboratoriumtests gemeten. Daarom horen bij troponine I en troponine T ook verschillende grenswaarden. De uitslagen kun je niet één op één met elkaar vergelijken.

In gezonde referentiepopulaties liggen troponinewaarden, en met name de 99e-percentielgrens, bij vrouwen gemiddeld lager dan bij mannen.

Als één algemene grens voor vrouwen en mannen wordt gebruikt, kan dat ertoe leiden dat hartspierschade bij vrouwen minder snel wordt herkend.

Troponine en sekseverschillen bij vrouwen en mannen

Seksespecifieke troponinegrenzen zijn niet nieuw, maar krijgen nu een duidelijkere plaats

Volgens de nieuwe definitie is sprake van acute hartspierschade (acute myocardial injury) wanneer bij herhaalde troponinemetingen een duidelijke stijging en/of daling wordt gezien en ten minste één waarde boven het seksespecifieke 99e percentiel van de gebruikte troponinetest ligt.

De auteurs zijn duidelijk over waarom dat onderscheid nodig is: seksespecifieke grenswaarden helpen systematische vertekening en onderherkenning van hartspierschade en hartinfarcten bij vrouwen te voorkomen.

Dat betekent dat bij de beoordeling van troponine niet alleen de gemeten waarde van belang is. Ook belangrijk zijn:

  • of het om troponine I of troponine T gaat en welke specifieke test is gebruikt;
  • welke bovengrens bij die test voor vrouwen of mannen geldt;
  • of de troponinewaarde bij herhaalde metingen stijgt of daalt;
  • de klachten, het ECG en eventuele beeldvorming.

Helemaal nieuw is dit niet. Ook de Fourth Universal Definition of Myocardial Infarction uit 2018 adviseerde al om bij hoogsensitieve troponinetests seksespecifieke 99e-percentielgrenzen te gebruiken. In de Fifth Universal Definition is dit principe nu rechtstreeks opgenomen in de definitie van acute hartspierschade. Daarbij wordt expliciet benoemd dat dit nodig is om systematische vertekening en onderherkenning bij vrouwen te voorkomen.

Maar wat is dan de juiste troponinewaarde voor een vrouw?

Dat is waarschijnlijk de eerste vraag die veel vrouwen zullen hebben.

En het antwoord is misschien minder eenvoudig dan je zou verwachten:

er bestaat niet één universele troponinegrens voor alle vrouwen.

Er bestaan verschillende hoogsensitieve troponine-I- en troponine-T-tests van verschillende fabrikanten. Die tests meten niet exact hetzelfde en hebben hun eigen referentiewaarden. De Fifth Universal Definition benadrukt daarom dat de verschillende tests niet onderling gestandaardiseerd zijn.

Troponinewaarden van verschillende tests kun je dus niet zomaar met elkaar vergelijken. Hoe een troponinewaarde wordt geïnterpreteerd, hangt af van de gebruikte troponinetest, de referentiepopulatie waarop de grenswaarde is gebaseerd en het protocol van het laboratorium en ziekenhuis waar de test wordt uitgevoerd.

Daarom moet altijd worden gekeken naar de grenswaarde die hoort bij de specifieke test die op dat moment is gebruikt.

Een waarde van bijvoorbeeld 15 ng/L kan bij de ene test dus iets anders betekenen dan bij een andere test.

Een veel aangehaald voorbeeld komt uit de grote High-STEACS-studie.

In de High-STEACS-studie werden ruim 48.000 mensen onderzocht die met een verdenking op een acuut coronair syndroom in het ziekenhuis kwamen.

Eerst gebruikten de ziekenhuizen een oudere, minder gevoelige troponine-I-test, met één grenswaarde voor vrouwen en mannen. Daarna werd overgestapt op een hoogsensitieve troponine-I-test, waarbij verschillende grenswaarden voor vrouwen en mannen werden gebruikt: 16 ng/L voor vrouwen en 34 ng/L voor mannen.

Door de invoering van deze gevoeligere test mét seksespecifieke grenswaarden werden veel meer mensen met hartspierschade herkend. Bij vrouwen steeg het aantal geïdentificeerde gevallen van myocardial injury met 42%, terwijl de stijging bij mannen 6% was.

Dat verschil is belangrijk. Vooral bij vrouwen werden zo gevallen van hartspierschade herkend die met de eerdere manier van testen niet als zodanig waren geïdentificeerd.

Een verhoogd troponine is niet automatisch een hartinfarct

Een troponinewaarde boven de 99e-percentielgrens past bij hartspierschade, oftewel myocardial injury. Maar daarmee weten we nog niet of die schade acuut of chronisch is en ook nog niet waardoor de verhoging is ontstaan.

Bij acute hartspierschade wordt bij herhaalde metingen een duidelijke stijging en/of daling van troponine gezien, waarbij ten minste één waarde boven de seksespecifieke 99e-percentielgrens ligt.

Maar ook acute hartspierschade is niet automatisch een hartinfarct. Troponine kan bijvoorbeeld verhoogd zijn bij myocarditis, acuut of chronisch hartfalen, een longembolie, snelle hartritmestoornissen, ernstige hoge bloeddruk, sepsis, chronische nierziekte en het takotsubosyndroom.

Voor de diagnose hartinfarct moet daarnaast bewijs zijn voor ischemie: onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier, waardoor een tekort aan zuurstof ontstaat. Daarom worden ook de klachten, het ECG en waar nodig beeldvorming van het hart en/of de kransslagaders meegenomen.

Een verhoogd troponine kan dus wijzen op hartspierschade. Het verloop van de waarden en het verdere onderzoek moeten duidelijk maken of die schade acuut is, waardoor deze is ontstaan en of er sprake is van een hartinfarct.

Wordt in heel Nederland dezelfde grens gebruikt?

Nee.

Er is geen landelijke numerieke troponinegrens die ieder Nederlands ziekenhuis voor iedere patiënt gebruikt.

Nederlandse ziekenhuizen kunnen verschillende laboratoriumplatforms en verschillende troponinetests gebruiken. Ook de openbaar gepubliceerde referentiewaarden verschillen. Zo vermeldt OLVG voor hs-troponine T <14 ng/L voor mannen en vrouwen, terwijl VieCuri en Laurentius voor troponine T een bovengrens van 15 ng/L voor volwassenen vermelden. UMC Utrecht vermeldt voor troponine I op het Siemens Atellica-platform een referentiewaarde van 0–45 ng/L voor mannen en vrouwen.

Deze getallen kun je niet zomaar één op één met elkaar vergelijken. Bovendien zijn openbaar gepubliceerde referentiewaarden niet per definitie hetzelfde als alle beslisgrenzen die een ziekenhuis binnen een acuut diagnostisch protocol gebruikt.

Hoe een uitslag precies wordt beoordeeld, hangt dus af van de gebruikte troponinetest, de bijbehorende referentiewaarden en het lokale laboratorium- en ziekenhuisprotocol.

En juist daarom is de boodschap uit de nieuwe internationale definitie relevant: niet één universeel getal, maar het seksespecifieke 99e percentiel van de daadwerkelijk gebruikte troponinetest.

Maar wat wordt dan bedoeld met het seksespecifieke 99e percentiel?

Dat is de bovengrens die voor een bepaalde troponinetest afzonderlijk bij gezonde vrouwen en gezonde mannen wordt vastgesteld. De grens wordt bepaald door troponine te meten bij een grote groep gezonde vrouwen. Het 99e percentiel is de waarde waaronder 99% van deze vrouwen blijft. Voor mannen wordt die grens apart bepaald. Omdat deze grens bij vrouwen gemiddeld lager ligt dan bij mannen, kan het gebruik van één gezamenlijke grens verschillen tussen vrouwen en mannen minder zichtbaar maken.

Ook in Nederland zijn in openbare laboratoriuminformatie algemene referentiewaarden te vinden. Zo vermeldt UMC Utrecht in de openbare Bepalingenwijzer voor troponine I op het Siemens Atellica-platform een referentiewaarde van 0–45 ng/L voor mannen en vrouwen. Uit deze openbare informatie kunnen we echter niet afleiden welke grenswaarden en beslisregels binnen het volledige diagnostische protocol op bijvoorbeeld de spoedeisende hulp worden gebruikt.

Los daarvan laat wetenschappelijk onderzoek met een Siemens Atellica IM high-sensitivity troponine-I-test goed zien waarom seksespecifieke grenzen relevant kunnen zijn. In de HIGH-US-studie werd het 99e percentiel vastgesteld op 34 ng/L voor vrouwen, 53 ng/L voor mannen en 45 ng/L voor de totale groep.

Bij de in deze studie onderzochte test zou een waarde van bijvoorbeeld 40 ng/L onder de gezamenlijke 99e-percentielgrens van 45 ng/L liggen, maar boven de vrouwelijke grens van 34 ng/L.

Dit is een illustratief voorbeeld uit de HIGH-US-studie en zegt niet hoe UMC Utrecht of een ander Nederlands ziekenhuis een individuele patiënt beoordeelt. De interpretatie van een troponinewaarde hangt af van de gebruikte test, de referentiepopulatie waarop de grenswaarden zijn gebaseerd en het lokale laboratorium- en diagnostische protocol.

Het voorbeeld laat wél zien waarom de nieuwe definitie benadrukt dat voor het vaststellen van hartspierschade het seksespecifieke 99e percentiel van de gebruikte troponinetest van belang is.

Maar gebruikt de spoedeisende hulp dan altijd een andere grens voor vrouwen?

Hier wordt het iets ingewikkelder, omdat troponine op de spoedeisende hulp voor twee verschillende doelen wordt gebruikt.

De eerste vraag is: hoe groot is de kans dat iemand op dit moment een hartinfarct heeft?
Om dat snel te beoordelen, kunnen ziekenhuizen een 0/1-uurs- of 0/2-uursprotocol gebruiken. Troponine wordt dan bij binnenkomst gemeten en één of twee uur later opnieuw. Artsen kijken daarbij niet alleen naar de hoogte van de waarde, maar ook naar hoeveel die in korte tijd stijgt of daalt. Op basis daarvan kunnen zij inschatten of een hartinfarct waarschijnlijk, onwaarschijnlijk of nog niet uit te sluiten is.

Ook het moment van meten is belangrijk. Wanneer iemand kort na het begin van de klachten in het ziekenhuis komt, kan een eerste troponinewaarde nog te laag zijn om een hartinfarct goed uit te sluiten. Daarom wordt troponine bij verdenking op een hartinfarct vaak opnieuw gemeten. Onderzoek bij zogenoemde early presenters laat zien waarom herhaalde metingen belangrijk kunnen zijn. In een studie bij patiënten die zich binnen drie uur na het begin van de klachten meldden, steeg de gevoeligheid van een specifieke hoogsensitieve troponine I-test van ongeveer 55% bij de eerste meting naar 88% bij een meting drie uur later. Dit resultaat gold voor vrouwen en mannen samen en was niet specifiek voor vrouwen.

Drie uur is daarbij geen vaste wachttijd voor iedere patiënt. Tegenwoordig worden ook snellere, goed gevalideerde 0/1- en 0/2-uursprotocollen gebruikt, waarbij de uitkomst van meerdere metingen en de verandering van troponine in de tijd samen worden beoordeeld.

Die beslisgrenzen zijn niet hetzelfde als de grens die bepaalt of er sprake is van hartspierschade. Voor deze snelle beoordeling worden speciale beslisgrenzen gebruikt. Daarmee kan iemand bijvoorbeeld worden ingedeeld in een groep waarbij een hartinfarct waarschijnlijk kan worden uitgesloten, een groep die langer geobserveerd of verder onderzocht moet worden, of een groep waarbij de kans op een hartinfarct verhoogd is. In sommige gevalideerde 0/1- en 0/2-uursroutes worden voor vrouwen en mannen dezelfde beslisgrenzen gebruikt. Welke waarden precies worden toegepast, hangt af van de gebruikte troponinetest en het protocol van het ziekenhuis.

De tweede vraag is: is er sprake van acute schade aan de hartspier?
Daarvoor kijkt de Fifth Universal Definition naar het seksespecifieke 99e percentiel van de gebruikte troponinetest. Bij herhaalde metingen moet een stijging en/of daling worden gezien en ten minste één waarde moet boven deze grens liggen.

Kort gezegd: de snelle 0/1- en 0/2-uursgrenzen helpen bepalen wat er op de spoedeisende hulp moet gebeuren; het seksespecifieke 99e percentiel wordt gebruikt om vast te stellen of er sprake is van hartspierschade.

Welk protocol en welke beslisgrenzen precies worden gebruikt, kan per ziekenhuis en per troponinetest verschillen.

Wat kun je als patiënt met deze informatie?

Als je wilt begrijpen hoe jouw troponinewaarde is beoordeeld, zijn een aantal vragen heel redelijk:

  • Welke troponinetest is bij mij gebruikt?
  • Is bij de beoordeling rekening gehouden met de grenswaarde die bij deze test voor vrouwen geldt?
  • Hoe veranderde mijn troponine bij de herhaalde metingen?
  • Hoe past mijn troponineuitslag bij mijn klachten, ECG en andere onderzoeken?

Alleen zeggen: “Mijn troponine was 12” of “mijn troponine was normaal” geeft zonder die informatie eigenlijk te weinig context.

Meten is bovendien pas het begin

De High-STEACS-studie liet nog iets anders zien.

Door de invoering van de hoogsensitieve troponinetest mét seksespecifieke grenswaarden werden aanzienlijk meer vrouwen met hartspierschade herkend. Maar daarmee verdwenen de verschillen in zorg niet.

Vrouwen met hartspierschade ondergingen nog steeds minder vaak een behandeling om de bloedtoevoer naar het hart te herstellen, zoals een dotter- of bypassbehandeling, en kregen minder vaak verschillende preventieve behandelingen dan mannen. Bij vrouwen ging de betere herkenning in deze studie niet gepaard met een aantoonbare verbetering van de onderzochte uitkomst: een volgend hartinfarct of overlijden door een hart- en vaatziekte binnen één jaar.

Dat is misschien wel de belangrijkste les.

Een betere test helpt alleen wanneer een afwijkende uitslag ook leidt tot passende beoordeling, diagnostiek en behandeling.

Dezelfde zorg voor iedereen klinkt eerlijk.

Maar wanneer vrouwen en mannen biologisch van elkaar verschillen, kan exact dezelfde grens juist ongelijkheid creëren.

Gelijke zorg betekent niet altijd dat je iedereen hetzelfde meet. Soms moet je verschillen erkennen om mensen goed te kunnen zien.

Meer lezen over de nieuwe definitie van het hartinfarct:

Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction (2026), Joint ESC/ACC/AHA/WHF Task Force, gepubliceerd op 28 augustus 2026 in het European Heart Journal. en via deze link te downloaden

2026 Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction – European Society of Cardiology

Ons artikel: Nieuwe definitie hartinfarct belangrijk voor vrouwen: waarom verder kijken dan vernauwingen en kalkscore nodig blijft – vrouwenhart

Bronnen

  • Mills NL, Newby LK, Zaman S, et al. Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction (2026). European Heart Journal. Gepubliceerd op 28 augustus 2026. Joint ESC/ACC/AHA/WHF Task Force. Fifth Universal Definition of Myocardial Infarction – European Heart Journal
  • Lee KK, Ferry AV, Anand A, et al. Sex-Specific Thresholds of High-Sensitivity Troponin in Patients With Suspected Acute Coronary Syndrome. J Am Coll Cardiol. 2019;74:2032–2043. In de High-STEACS-studie werden voor de gebruikte hoogsensitieve troponine-I-test grenswaarden van 16 ng/L voor vrouwen en 34 ng/L voor mannen toegepast. Na invoering van de hoogsensitieve test met deze seksespecifieke grenswaarden nam de herkenning van myocardial injury toe met 42% bij vrouwen en 6% bij mannen. High-STEACS-studie – JACC
  • Christenson RH, Duh SH, Apple FS, et al. Pivotal findings for a high-sensitivity cardiac troponin assay: Results of the HIGH-US study. Clin Biochem. 2020. Voor de Siemens Atellica IM high-sensitivity troponine-I-test werden 99e-percentielgrenzen gevonden van 34 ng/L voor vrouwen, 53 ng/L voor mannen en 45 ng/L voor de totale groep. HIGH-US-studie – abstract via PubMed en artikel via ScienceDirect.
  • UMC Utrecht, Centraal Diagnostisch Laboratorium. Bepalingenwijzer – Troponine-I in bloed. Het UMC Utrecht vermeldt het Siemens Atellica-platform en een openbare referentiewaarde van 0–45 ng/L voor M/V. De interpretatie is afhankelijk van de gebruikte troponinetest, de referentiepopulatie en het lokale laboratoriumprotocol. UMC Utrecht – Troponine-I in bloed
  • OLVG Lab.Troponine T hs – referentiewaarden. OLVG vermeldt in de openbare laboratoriumgids voor hoogsensitief troponine T een referentiewaarde van <14 ng/L voor M/V. IDe interpretatie is afhankelijk van de gebruikte troponinetest, de referentiepopulatie en het lokale laboratoriumprotocol. OLVG Lab – Troponine T hs
  • Labinzicht, VieCuri Medisch Centrum en Laurentius Ziekenhuis. Troponine T. De gezamenlijke eLabgids vermeldt voor volwassenen een bovengrens van 15 ng/L. De interpretatie is afhankelijk van de gebruikte troponinetest, de referentiepopulatie en het lokale laboratoriumprotocol. Labinzicht – Troponine T
  • van den Berg P, Collinson P, Morris N, Body R. Diagnostic accuracy of a high-sensitivity troponin I assay and external validation of 0/3 h rule out strategies. European Heart Journal: Acute Cardiovascular Care. 2022;11(2):127–136. doi:10.1093/ehjacc/zuab102.

Geschreven door Renate Kaal-Poppelaars.

Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl. Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.

Reacties

Geef een reactie