Met een achtergrond in hartrevalidatie en sportcardiologie werkt cardioloog Bart Scheenstra nu bij revalidatiecentrum Basalt met een gespecialiseerd vrouwenhartprogramma. In dit interview licht hij toe hoe medische begeleiding, multidisciplinaire samenwerking en wetenschappelijk onderzoek samenkomen om patienten met vrouwenhartproblematiek beter te ondersteunen. Dit interview is deel van een drieluik over het vrouwenhartprogramma bij Basalt, waarin ook fysiotherapeut Esther van der Spijk -van der Lans en maatschappelijk werker Rozi Prins uitgebreid vertellen over hun werk en hun rol als pionier in dit veld.
Kunt u in het kort uitleggen hoe hartrevalidatie bij Basalt zich onderscheidt van reguliere hartrevalidatie in ziekenhuizen?
“Een belangrijk verschil is dat bij Basalt cardiologen en revalidatieartsen intensief samenwerken binnen één integraal programma. Die combinatie van expertise zie je in ziekenhuizen minder vaak. Uniek is bovendien dat bij Basalt de cardiologen een coördinerende rol hebben binnen het revalidatieprogramma; meestal ligt die rol bij de revalidatiearts.
Daarnaast werken hier drie cardiologen die zich fulltime bezighouden met hartrevalidatie en alle drie gepromoveerd zijn. Dat is ambitieus en vrij uitzonderlijk. Hierdoor is er ook ruimte voor wetenschappelijk onderzoek, iets wat we belangrijk vinden en waarvoor bewust tijd wordt vrijgemaakt.”
Waarom is wetenschappelijk onderzoek zo’n belangrijk onderdeel van de zorg bij Basalt?
“Omdat we onze programma’s niet alleen willen aanbieden, maar ook structureel willen evalueren en verbeteren. Ik begeleid onderzoekers en ben co-promotor van een promovendus die zijn PhD doet aan het LUMC/Universiteit Leiden. Daarnaast is er recent een vacature uitgezet voor een senior onderzoeker die zich specifiek richt op hartrevalidatie binnen Basalt.”
Basalt biedt verschillende maatwerkprogramma’s aan. Waarom is dat nodig?
“We zien dat sommige patiëntengroepen binnen reguliere trajecten vaker uitvallen, vastlopen of specifieke zorg nodig hebben. Daarom ontwikkelen we gerichte programma’s, zoals het Vrouwenhartprogramma. In de toekomst willen we dit ook doen voor andere groepen, bijvoorbeeld patiënten met een andere culturele achtergrond.
Doordat Basalt een groot centrum is, met ongeveer 2000 hartpatiënten per jaar, kunnen we patiënten die baat hebben bij gerichte hartrevalidatie ook daadwerkelijk samenbrengen.”
Wat maakt het Vrouwenhartprogramma anders dan reguliere hartrevalidatie?
“Het programma richt zich specifiek op vrouwenhartproblematiek, zoals SCAD (spontane dissectie van de kransslagader) en CVD (coronaire vaatdysfunctie.) Deze aandoeningen vragen andere adviezen en begeleiding dan de reguliere hartrevalidatie na bijvoorbeeld een klassiek hartinfarct of cardiologische interventie.
Er is meer aandacht voor lotgenotencontact, stressregulatie en individuele begeleiding. De trainingen vinden plaats in aangepaste groepen, altijd onder begeleiding van een fysiotherapeut met specialistische kennis van vrouwenhartproblematiek.”
Hoe is het programma opgebouwd?
“Naast de trainingen is er een informatiemodule met vier bijeenkomsten. Daarin bespreken we onder andere diagnose, prognose en mogelijke complicaties, maar ook thema’s als sociale problematiek en bewegingsangst.
De groepen bestaan uit patiënten met verschillende vrouwenhartdiagnoses. We maken expliciet wat de verschillen en overeenkomsten zijn, wat het begrip en het lotgenotencontact bevordert.”
Hoe verloopt het vrouwenhartrevalidatietraject bij Basalt?
“Het traject begint met een verwijzing waarin meestal al een hulpvraag is geformuleerd. Voorafgaand aan de intake vullen patiënten online vragenlijsten in, waaronder een uitgebreide psychosociale screening. Deze worden samengevat door de maatschappelijk werker en meegenomen in de intake.
De intake duurt minimaal 2,5 uur en bestaat uit een gesprek en lichamelijk onderzoek door de cardioloog, gevolgd door een uitgebreide fietstest met ECG, zuurstofopname- en longfunctiemeting. Daarna bespreken we in multidisciplinair overleg welke aanvullende disciplines nodig zijn. In negen van de tien gevallen is dat meer dan alleen cardiologie en fysiotherapie.”
Welke criteria gelden voor deelname aan het Vrouwenhartprogramma?
“Er moet sprake zijn van een duidelijke werkdiagnose. Voor coronaire vaatdysfunctie is een functietest niet noodzakelijk, maar wel een goed onderbouwde beschrijving van de verdenking. Soms neemt ook een vrouw met een klassiek hartinfarct deel, wanneer er daarnaast sprake is van vrouwenhartproblematiek.”
Wat is de rol van de cardioloog binnen het programma?
“De cardioloog bewaakt het overzicht, coördineert het multidisciplinaire team en begeleidt de patiënt medisch. In principe passen we geen medicatie aan. Als daar ideeën over zijn, bespreken we die met de patiënt zodat deze dit met de eigen behandelend cardioloog kan overleggen. Er zijn korte lijnen met de vrouwenhartpolikliniek van het LUMC en de cardiologen die daar werken.”
Ervaren vrouwen andere behoeften dan mannen in de revalidatie?
“Gemiddeld genomen wel. Naast dat de specifieke aandoeningen andere adviezen en doelen vragen, zien we dat vrouwen vaker behoefte hebben aan extra aandacht voor stressregulatie en lotgenotencontact. Dat nemen we bewust mee in het programma.”
Hoe reageren patiënten op het Vrouwenhartprogramma?
“Veel vrouwen hebben al een lang medisch en soms ook revalidatietraject achter de rug. Ondanks eerdere behandelingen blijven klachten en onzekerheid bestaan. Wij richten ons daarom niet alleen op herstel, maar vooral op het leren omgaan met klachten.
Dat kan confronterend zijn, zeker in het begin. Patiënten geven vaak aan dat ze andere inzichten hebben opgedaan dan ze vooraf verwachtten, maar de meeste zijn uiteindelijk zeer tevreden, ook als klachten niet volledig verdwijnen.”
Wat zijn de doelen van het Vrouwenhartprogramma?
“We willen voorzien in een duidelijke behoefte én onderzoeken of deze aanpak daadwerkelijk effect heeft. Daarom koppelen we zorgverlening expliciet aan wetenschappelijk onderzoek.”
Kunt u iets vertellen over dat onderzoek?
“We werken samen met het LUMC en het IMPRESS-consortium, een kenniscentrum voor hart- en vaatziekten bij vrouwen. Onder leiding van senior onderzoeker Dinah van Schalkwijk evalueren we het programma via interviews met patiënten en zorgverleners, in samenwerking met promovendus en interventiecardioloog in opleiding Jin Al-Gully. Daarnaast zijn we betrokken bij onderzoek naar het SCAD-zorgpad in het LUMC.”
Hoe verloopt de samenwerking met verwijzend cardiologen?
“Cardiologen uit ziekenhuizen en ZBC’s verwijzen patiënten naar ons. Aan het begin en aan het einde van de revalidatie sturen we een rapportage naar de behandelend cardioloog. Tussentijds is overleg altijd mogelijk.”
Heeft u een specifieke interesse in het vrouwenhart?
“De interesse in hartrevalidatie ontstond al tijdens mijn opleiding tot cardioloog. Door die affiniteit met hartrevalidatie werkte ik daarom extra in een revalidatiecentrum. Vervolgens heb ik mij gesubspecialiseerd in hartrevalidatie en sportcardiologie.
Na mijn opleiding ben ik gepromoveerd op hartrevalidatie bij patiënten vóór een hartoperatie. Daarbij onderzocht ik of patiënten door preoperatieve revalidatie fitter de operatie ingaan en beter herstellen.
Fysiologisch gezien ben ik met name geïnteresseerd in de rol van stress en fysieke inspanning bij de dysregulatie van de kransslagaderen. Pas als we dat goed begrijpen, kunnen we naast medicatie ook gerichte, evidencebased revalidatieprogramma’s ontwikkelen. Deze interesses kwamen samen toen ik bij Basalt ging werken en we het vrouwenhartprogramma konden vormgeven.”
Behandelt u uitsluitend vrouwen?
“Binnen Basalt werken cardiologen breed en zijn wij inzetbaar in zowel reguliere als gespecialiseerde programma’s. In regulaire programma behandel ik vanzelfsprekend ook veel mannen. Bij vrouwenhartdiagnoses is er vaak een voorkeur dat ik betrokken ben vanwege mijn ervaring daarin. Binnen het vrouwenhartprogramma zijn mannen met soortgelijke problematiek welkom.”
Hoe kijkt u naar uw rol in het uitdragen van vrouwenhartproblematiek?
”Ik denk niet dat ik daar een speciale rol in vervul. Voor mij is vooral belangrijk dat iedere patiënt recht heeft op een programma op maat, afgestemd op de individuele hulpvraag.” ”Collega’s zijn erg geïnteresseerd en komen graag op werkbezoek bij ons. Zelf doen we onze specialistische kennis op in de samenwerking met centra die internationaal ook voorop lopen binnen dit veld.”
Welke ontwikkelingen verwacht u in de toekomst?
“Ik verwacht meer gespecialiseerde programma’s voor specifieke doelgroepen en een grotere rol voor eHealth, zoals digitale consulten en online monitoring. Ook zullen meer revalidatiecentra een vrouwenhartprogramma aanbieden, de vraag hiervoor is groot.” ”Ik ben ook benieuwd of de huidige leefregels tav inspanning na een SCAD bijdragen aan betere uitkomsten”.
Waar ligt uw eigen focus de komende jaren?
“Mijn ambitie is om via (internationaal) onderzoek het effect van ons vrouwenhartprogramma aan te tonen, zowel op klinische uitkomsten als op kwaliteit van leven.”
Kent u de website www.vrouwenhart.nl?
”Ja, ik ken de website, ik waardeer het werk van de stichting. Lotgenotencontact heeft duidelijk zijn waarde bewezen en veel patiënten vinden steun en herkenning in de social-mediakanalen van de stichting, dat is positief. Een ander aspect is dat patiënten soms verhalen lezen van mensen met meer gecompliceerde ervaringen, waardoor dan een grotere bezorgdheid kan ontstaan voor bijvoorbeeld kans op herhaling dan nodig zou hoeven zijn. Hiermee wil ik benadrukken dat patiënten nooit bang hoeven te zijn hun vragen (ook) aan hun arts te stellen.”
Interview Bart Scheenstra met Lucia Latijnhouwers.
Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op zeer prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl . Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.
Ik heb vorig jaar bijna 20 weken gerevalideerd, wat voor mij vooral werkte is het leren omgaan met mijn hart probleem” MCD een vrouwenhart ziekte” het hele team staat voor je klaar met alle kennis om je er mee te leren
omgaan
Vraagt het een andere manier van trainen als je klachten hebt veroorzaakt door de kleine vaten? Bijvoorbeeld zeer langzame opbouw of juist interval training?
Wat fijn, dat dit programma zo breed uitgedragen gaat worden. Het gaat de groep mensen met CVD/MVD en de mensen met andere vrouwenhart gerelateerde klachten zeker verder helpen.