Delen op
16 oktober 2025

Interview interventiecardioloog dr. Jose M. Montero-Cabezas

In het LUMC in Leiden zit de Women’s Heart Health Clinic met uw collega’s Melina den Haan, Ibithal el Amri en Brian Bingen. Wat is uw rol binnen dit team?
Ik ben interventiecardioloog en werk samen met collega’s van de vasculaire geneeskunde, onder wie een van de oprichters van het multidisciplinaire SCAD-team dat in 2018 in het LUMC werd opgezet. Sindsdien heb ik een leidende rol gehad bij de ontwikkeling van protocollen, zowel tijdens procedures als in de kliniek, voor de diagnose en follow-up van deze patiënten. Dit heeft niet alleen geleid tot een verbetering van de zorgkwaliteit, maar ook tot een toenemende erkenning van SCAD in onze regio. Momenteel draag ik verantwoordelijkheid voor de SCAD-polikliniek en neem ik deel aan de multidisciplinaire besprekingen, naast mijn rol in het cathlab bij patiënten met SCAD.

Wanneer is uw interesse voor het vrouwenhart ontstaan?
Mijn interesse is direct verbonden met mijn dagelijkse praktijk. Daarin wordt duidelijk dat vrouwen vaak een andere klinische presentatie hebben bij hartziekten, wat regelmatig een negatieve invloed heeft op de diagnose en behandeling. Dit is zeer duidelijk bij SCAD, waar het risico groot is dat de diagnose wordt gemist en de nazorg suboptimaal en soms zonder voldoende empathie wordt uitgevoerd.

Waarom heeft u zich gespecialiseerd in het vrouwenhart?
Er bestaat geen formele subspecialisatie in het vrouwenhart, maar er is wel steeds meer bewustzijn voor de unieke problematiek bij vrouwen. In het LUMC dragen we hier actief aan bij via een multidisciplinaire aanpak. Uiteindelijk behandelt elke cardioloog vrouwen, en kennis van deze verschillen is essentieel om goede zorg te kunnen bieden.

Behandelt u uitsluitend vrouwen of behandelt u ook mannen?
In mijn dagelijkse praktijk behandel ik zowel vrouwen als mannen.

U bent interventiecardioloog, voert u ook de coronaire functietesten uit? Zo ja, hoe vaak voert u deze testen uit op jaarbasis?
Binnen ons centrum worden wekelijks meerdere coronaire functietesten (CFT) uitgevoerd. Het is daarmee een routineonderdeel van onze praktijk geworden.

Wat kunt u precies wel en niet aantonen met deze testen?
Met CFT kunnen we de coronairfysiologie uitgebreid bestuderen, van de grote tot de kleine vaten, en zien of er abnormale vaatreacties optreden op bepaalde stimuli. Het is de gouden standaard voor het stellen van diagnoses die anders vaak slechts empirisch behandeld worden. Daarmee kunnen we het probleem concreet benoemen en gerichter therapie instellen.

Het lijkt erop dat steeds meer patiënten kiezen voor een coronaire functietest, in plaats van eerst af te wachten of medicatie ook helpt. Merkt u dit? Wat vindt u van deze ontwikkeling?
Inderdaad merken we dat steeds meer patiënten voor een CFT kiezen. Zij ervaren het als waardevol dat hun klachten een duidelijke naam krijgen. Dat vermindert de onzekerheid en angst aanzienlijk. Voor ons als behandelend cardiologen is het bovendien een grote meerwaarde, omdat we gerichter medicatie kunnen instellen en patiënten met een gestructureerd behandelplan kunnen terugsturen.

Heeft deze test meerwaarde voor de behandelend cardioloog?
Zeker. De test maakt een gepersonaliseerde en preciezere aanpak mogelijk en helpt om farmacologische therapie rationeler en effectiever in te zetten.

In onze Facebook groep coronaire vaatdysfunctie met bijna 2000 mensen zien we dat veel vrouwen erg bang zijn voor deze test, vanwege de risico’s en ook vanwege de belasting van de test, de angst voor pijn en dergelijke. Heeft u een advies voor deze vrouwen die zo twijfelen?
Ik zou willen benadrukken dat de test in een zeer gecontroleerde omgeving wordt uitgevoerd, onder lokale verdoving en met alle maatregelen die nodig zijn om het comfort van de patiënt te waarborgen. Hoewel er lichte ongemakken kunnen optreden, weegt het voordeel van een duidelijke diagnose vaak ruimschoots op tegen deze tijdelijke belasting.

Verwacht u nog ontwikkelingen bij de diagnose en behandeling van coronaire vaatdysfunctie?
Op dit moment is ons farmacologisch arsenaal beperkt en de laatste jaren nauwelijks veranderd. Voor patiënten met refractaire angina bestaan er enkele invasieve behandelingen, maar de evidentie daarvan is nog beperkt en het nut bij microvasculaire aandoeningen onbekend. Ik verwacht dat hier de komende jaren meer onderzoek naar zal komen.

Een van uw aandachtsgebieden is ook SCAD. Daarover komt ook steeds meer kennis. Verwacht u nog ontwikkelingen in de diagnose en behandeling hiervan?
De laatste jaren is er veel vooruitgang geboekt. We begrijpen steeds beter de genetische en vasculaire factoren die een rol spelen, en intravasculaire beeldvorming (OCT, IVUS) helpt ons het onderscheid met atherosclerose scherper te maken. Daarnaast wordt kunstmatige intelligentie nu ook toegepast om het diagnostisch proces te ondersteunen. Op het gebied van behandeling blijft een conservatieve aanpak de standaard, omdat de meeste dissecties spontaan genezen. Er loopt momenteel een internationale gerandomiseerde studie die ons meer duidelijkheid zal geven over de optimale medicamenteuze behandeling, met name de rol van enkelvoudige plaatjesremming en bètablokkers bij conservatief behandelde patiënten. In de komende jaren verwachten we ook resultaten van onderzoek naar biomarkers in het bloed die specifiek met SCAD geassocieerd zijn, met als doel de ziekte vroeger en gerichter te kunnen opsporen en behandelen

Vindt u dat u een speciale rol vervult in het uitdragen van vrouwenhartproblematiek?
Wij proberen SCAD-patiënten altijd met empathie te benaderen en met eerlijke, heldere informatie op basis van wetenschappelijke data. Dit wordt door patiënten zeer gewaardeerd. Het bovendien bijzonder waardevol en motiverend om te ervaren hoeveel erkenning en dankbaarheid patiënten ons teruggeven; dat geeft veel voldoening.

In het verleden werd er nogal eens smalend gereageerd op cardiologen die het vrouwenhart onder de aandacht brachten. Hoe wordt er nu door collega’s gereageerd?

 Ik denk dat er een groeiend besef is van de unieke kenmerken van hart- en vaatziekten bij vrouwen, en dat dit steeds meer geïntegreerd wordt in de opleiding van nieuwe cardiologen. Daarmee bewegen we naar een normalisering van dit thema, waarin iedereen een rol heeft. Het LUMC draagt daar actief aan bij en speelt een voorbeeldrol in Nederland.

De ontwikkelingen rondom specifieke vrouwenhartaandoeningen (bijvoorbeeld coronaire vaatdysfunctie en SCAD) gaan snel. Op welke manier blijft u op de hoogte van de nieuwste inzichten?
Door continue bijscholing via wetenschappelijke literatuur, deelname aan congressen, uitwisseling van kennis met collega’s en via ons eigen onderzoek.

Welke ontwikkelingen verwacht u op het gebied van het vrouwenhart?
Ik verwacht dat de kennis en erkenning van specifieke vrouwenhartaandoeningen verder zullen toenemen en dat dit uiteindelijk zal leiden tot gerichtere diagnostische en therapeutische strategieën.

Waar ligt uw eigen focus voor de komende twee jaar?
De focus van onze groep ligt op verder groeien en leren, zodat we de best mogelijke zorg aan deze patiëntengroep kunnen blijven bieden, zowel vanuit de kliniek als via onderzoek. We hebben meerdere projecten lopen die we de komende jaren verder willen uitbouwen.

Kent u de website www.vrouwenhart.nl ? Zo ja, wat vindt u van onze website? Kent u ook onze folders?
Ja, ik ken de website. Het is een waardevolle bron van informatie voor patiënten en hun naasten. De folders zijn een nuttige aanvulling, omdat ze complexe informatie op een toegankelijke manier presenteren. We hebben ze op onze afdeling liggen.

Geschreven door Karen van Wijngaarden en Jose M. Montero-Cabezas.

Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op zeer prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl

Reacties

Geef een reactie