Hartziekte na kanker

Kanker in het hart zelf - in de hartspier of hartkleppen - is heel erg zeldzaam. Maar helaas blijft het hart niet buiten schot bij andere vormen van kanker. En dus ook niet bij de meest voorkomende kanker bij vrouwen: borstkanker, verantwoordelijk voor 25 procent van alle kankergevallen onder vrouwen.

Jaarlijks gaat het in ons land om ongeveer 15.000 nieuwe borstkankergevallen. In de afgelopen decennia zijn de overlevingscijfers gelukkig sterk gestegen. De kans dat een vrouw na vijf en tien jaar in leven is, bedraagt respectievelijk 90 en 80 procent. Bij ongeveer 10 procent van de vrouwen met borstkanker ontwikkelen zich hartproblemen. Die kunnen zich pas vele jaren na hun behandeling openbaren, terwijl ze toch het gevolg zijn van de behandeling.

Hartschade door bestraling

De behandeling tegen borstkanker bestaat vaak uit een combinatie van bestraling (radiotherapie) en chemotherapie. Van bestralingen is bekend dat ze atherosclerose (aderverkalking) van de bloedvaten van het hart kunnen veroorzaken, vooral als het hart in het bestraalde gebied ligt. Deze atherosclerose kan voor vernauwingen zorgen en zo tot hartinfarcten leiden.

Bij vrouwen zien we vaak dat zowel de grote kransslagaders van het hart als de haarvaten door bestraling beschadigd raken. Er ontstaat vaak een combinatie van vernauwde kransslagaders en coronaire vaatdysfunctie.
Ook beschadigt bestraling de hartkleppen door bindweefselvorming en verkalking. Het ontstaan van hartklepafwijkingen kan jaren duren. Vaak zijn patiënten dan al niet meer onder controle van een oncoloog en wordt dit dus sowieso niet opgemerkt.

Hartschade door chemo

Naast bestralingen krijgen veel vrouwen met (borst)kanker ook chemotherapie. Dit gebeurt vaak met zogenaamde anthracyclines, omdat deze goed werken bij deze kankersoort. Juist anthracyclines kunnen de hartspier beschadigen en hartfalen veroorzaken, ook jaren na de behandeling. In toenemende mate worden tegenwoordig ook andere kanker remmende stoffen gebruikt, zoals immunotherapie. Van deze middelen is nog weinig bekend over de vraag of en wanneer ze schade aan de hartspier en hartkleppen gaan veroorzaken. Cardiologen zien steeds meer dat een vrouw tien jaar na haar borstkankerbehandeling bij de huisarts komt met een verminderde conditie en kortademigheidsklachten. En dat er dan sprake blijkt te zijn van hartfalen door schade aan de hartspier als gevolg van de chemotherapie. Dit heet chemotherapie geïnduceerde cardiomyopathie.
Vanwege het risico op hartschade is het belangrijk dat vrouwen na hun kankerbehandeling voor veel langere tijd worden gescreend en gemonitord. Oók als de behandeling en controles door de oncoloog niet meer nodig zijn en worden gestopt! Daarnaast is het essentieel om kankerpatiënten al tijdens de behandeling met bestraling of chemotherapie te beschermen tegen schade aan het hart. Er moet worden ingezet op vroege opsporing van hartschade en op het opsporen en wegnemen van risicofactoren voor hartziekten, zoals hoge bloeddruk en diabetes mellitus (suikerziekte). Deze risicofactoren komen vaker voor bij vrouwen die ouder zijn dan zestig jaar en juist deze groep maakt een groot deel uit van de borstkankerpatiënten.
Is kanker een risicofactor bij het ontstaan van hart- en vaatziekten, het omgekeerde is ook het geval: risicofactoren voor hart- en vaatziekten bij vrouwen kunnen bijdragen aan het ontstaan van kanker. Denk aan roken, alcohol, overgewicht, suikerziekte en een vroege overgang. Met het aanpakken van de risicofactoren slaan we dus feitelijk twee vliegen in één klap: we verkleinen de kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten én de kans op het ontstaan van kanker. Een win-win voor vrouwen en iets waar behandelaars meer op kunnen inzetten door naar het bredere plaatje te kijken.