Na de officiële lancering van EXIT-CVD op 30 april 2026 vond op 21 mei de online aftrapvergadering plaats van het Europese consortium. Stichting VrouwenHart is partner in EXIT-CVD en was aanwezig bij deze eerste inhoudelijke bijeenkomst.
In ons eerdere artikel vertelden we al wat EXIT-CVD is en waarom Stichting VrouwenHart als patiëntenorganisatie meewerkt aan dit Europese project: EXIT-CVD betere hartzorg door vroegtijdige herkenning.
Tijdens de online aftrap werd duidelijk hoe breed en ambitieus dit project is. Binnen EXIT-CVD werken 42 organisaties uit 17 landen samen aan één belangrijke vraag: hoe kunnen we hart- en vaatziekten eerder herkennen, beter behandelen en voorkomen dat mensen onnodig verder in het ziekteproces terechtkomen?
Tijdens de bijeenkomst gaf prof. dr. Pim van der Harst, projectcoördinator van EXIT-CVD en cardioloog bij het UMCG, de inhoudelijke aftrap. Rupsha Paul, projectmanager vanuit UMC Utrecht, lichtte de praktische projectorganisatie toe. Daarmee werd duidelijk dat EXIT-CVD niet alleen een groot onderzoeksproject is, maar ook een omvangrijke samenwerking waarin wetenschap, technologie, zorgpraktijk, implementatie en patiëntenperspectief bij elkaar moeten komen.
Voor Stichting VrouwenHart is deelname aan EXIT-CVD belangrijk. Niet alleen omdat het project kijkt naar nieuwe technologie, data, diagnostiek en behandelingen, maar juist ook omdat betere hartzorg begint bij de vraag: voor wie werkt innovatie in de praktijk, en wie wordt nog steeds gemist?
Daarom brengen wij binnen EXIT-CVD het perspectief van patiënten mee vanaf het begin. En in het bijzonder het perspectief van vrouwen met hartklachten, die nog te vaak te laat worden herkend, niet goed begrepen worden, of jarenlang zoeken naar passende zorg.

Hart- en vaatziekten als proces
EXIT-CVD kijkt naar hart- en vaatziekten als een proces. Niet als iets dat altijd ineens ontstaat, maar als een ontwikkeling die vaak over langere tijd verloopt: van risicofactoren naar klachten, ernstiger ziekte en soms hartfalen of vroegtijdig overlijden.
Juist in dat proces liggen kansen.
Binnen EXIT-CVD wordt gezocht naar zogenoemde “exit points”: momenten waarop je kunt ingrijpen om de ziekteontwikkeling af te remmen, bij te sturen of verdere achteruitgang zoveel mogelijk te voorkomen.
Of, warmer gezegd: hoe kunnen we eerder herkennen waar kansen liggen om gezondheid te behouden, klachten beter te begrijpen en verdere achteruitgang te voorkomen?
Dat maakt EXIT-CVD een hoopvol project. Want hoe eerder je begrijpt wat er gebeurt, hoe groter de kans dat zorg op tijd kan aansluiten bij wat iemand nodig heeft.
Een groot Europees project
EXIT-CVD is een omvangrijk Europees onderzoeksproject met een looptijd van vijf jaar. Het project heeft een totaalbudget van bijna 28 miljoen euro en brengt onderzoekers, ziekenhuizen, technologiepartners, patiëntenorganisaties, beleidsdeskundigen en cardiovasculaire netwerken samen.
Binnen EXIT-CVD lopen 22 klinische studies. Die studies kijken naar verschillende momenten in het verloop van hart- en vaatziekten: van vroege signalen en preventie tot beeldvorming, risicostratificatie, gevorderde ziekte en herstel.
Dat brede perspectief is belangrijk. Want hartzorg gaat niet alleen over één diagnose, één behandeling of één moment in de spreekkamer. Het gaat over het hele traject waarin klachten ontstaan, signalen soms gemist worden, onderzoeken worden ingezet, behandelingen worden gekozen en patiënten moeten leven met onzekerheid, klachten of herstel.
Van projectplan naar samenwerking
Tijdens de online aftrap werd ook vooruitgekeken naar de fysieke consortiumbijeenkomst op 17 en 18 september 2026 in Groningen. Daar krijgen de partners meer ruimte om elkaar te ontmoeten, praktische afspraken te maken en de samenwerking verder vorm te geven. De eerste maanden staan vooral in het teken van governance, ethiek, contactlijsten, projecttemplates, branding, werkpakketoverleggen en het voorbereiden van de klinische studies.
Drie momenten waarop betere zorg mogelijk wordt
Binnen EXIT-CVD wordt gewerkt met drie grote fases.
De eerste fase richt zich op vroege herkenning en preventie. Daarbij wordt gekeken naar digitale monitoring, wearables, kunstmatige intelligentie, ECG-analyse en andere manieren om patiënten beter te volgen, zowel thuis als in het ziekenhuis. Het doel is om signalen van verslechtering eerder op te merken en eerder passende actie mogelijk te maken.
De tweede fase richt zich op beeldvorming en betere risicostratificatie. Nieuwe vormen van beeldvorming en AI-ondersteunde analyse kunnen helpen om hart- en vaatziekten beter in kaart te brengen. Daardoor kan mogelijk eerder duidelijk worden wie risico loopt, welke behandeling passend is en hoe zorg persoonlijker kan worden ingericht.
De derde fase richt zich op gevorderde ziekte, zoals ernstig hartfalen en cardiogene shock. In dit onderdeel wordt gekeken naar geavanceerde therapieën, mechanische ondersteuning, regeneratieve geneeskunde en herstel van hartfunctie. Juist voor patiënten bij wie de ziekte al ver gevorderd is, kan onderzoek naar nieuwe behandelstrategieën veel betekenen.
Hoe de werkpakketten elkaar aanvullen
Tijdens de online aftrap werd ook duidelijk hoe EXIT-CVD praktisch is opgebouwd. Het project bestaat uit verschillende werkpakketten, die elk een eigen rol hebben. Sommige werkpakketten richten zich direct op onderzoek en nieuwe technologie. Andere werkpakketten zorgen ervoor dat die kennis goed wordt georganiseerd, eerlijk wordt toegepast, begrijpelijk wordt gedeeld en uiteindelijk ook in de zorgpraktijk terecht kan komen.
Werkpakket 1 richt zich op projectcoördinatie en organisatie.
Bij een consortium met 42 organisaties is goede afstemming essentieel. Dit werkpakket zorgt voor de projectstructuur, de planning, rapportage, contactlijsten, overlegmomenten, risicomanagement en de verbinding met de Innovative Health Initiative en de Europese Commissie. Ook de gezamenlijke huisstijl, templates, interne samenwerking en praktische projectorganisatie vallen hieronder. Het klinkt misschien minder zichtbaar dan de klinische studies, maar zonder goede coördinatie kan zo’n groot project niet goed functioneren.
Werkpakket 2 gaat over vroege herkenning, digitale monitoring en preventie.
Hier ligt de nadruk op het eerder opmerken van signalen die kunnen wijzen op verslechtering of een verhoogd risico. Denk aan wearables, digitale monitoring, AI-ondersteunde ECG-analyse, smartphone-oplossingen, camera-based monitoring en thuismetingen. Een belangrijk doel is om patiënten beter te kunnen volgen, thuis en in het ziekenhuis, zodat er eerder actie kan worden ondernomen wanneer dat nodig is.
Werkpakket 3 richt zich op beeldvorming en betere risicostratificatie.
In dit onderdeel gaat het om de vraag hoe geavanceerde beeldvorming kan helpen om hart- en vaatziekten beter te begrijpen en beter in te schatten wie risico loopt. Denk aan nieuwe CT-technieken, photon-counting CT, AI-ondersteunde analyse, metabole beeldvorming en andere manieren om ziekteprocessen preciezer zichtbaar te maken. Daarmee kan zorg mogelijk persoonlijker, gerichter en minder belastend worden.
Werkpakket 4 kijkt naar gevorderde ziekte, herstel en geavanceerde therapieën.
Dit werkpakket richt zich op patiënten bij wie hart- en vaatziekten al ver gevorderd zijn, bijvoorbeeld bij ernstig hartfalen of cardiogene shock. Daarbij wordt gekeken naar nieuwe behandelstrategieën, mechanische ondersteuning van de bloedsomloop, regeneratieve geneeskunde, hartspierherstel en technieken om donorharten beter te kunnen beoordelen en behouden. Het doel is niet alleen overleving, maar ook herstel, kwaliteit van leven en betere behandelkeuzes in een kwetsbare fase van ziekte.
Werkpakket 5 gaat over data-integratie en analyse.
Binnen EXIT-CVD worden veel verschillende soorten gegevens verzameld, uit klinische studies, beeldvorming, wearables, monitoring en bestaande cohorten. Dit werkpakket ondersteunt het goed organiseren, combineren en analyseren van die data. Dat is belangrijk om patronen te herkennen, resultaten tussen studies beter te kunnen vergelijken en nieuwe inzichten op een betrouwbare manier te gebruiken.
Werkpakket 6 richt zich op gezondheidseconomie, regelgeving en HTA.
HTA staat voor Health Technology Assessment. Simpel gezegd gaat het om de vraag: werkt een nieuwe technologie of behandeling niet alleen medisch, maar is deze ook haalbaar, betaalbaar, verantwoord en passend binnen de zorg? Dit werkpakket kijkt naar economische waarde, regelgeving, toelating, beleidsaanbevelingen en de weg naar toepassing in verschillende zorgsystemen. Dat is belangrijk, omdat een innovatie pas echt verschil maakt als zij ook veilig, verantwoord en duurzaam kan worden ingevoerd.
Werkpakket 7 gaat over implementatie in de praktijk.
Een goede innovatie invoeren in de zorg is vaak ingewikkelder dan het lijkt. Zorgverleners moeten ermee kunnen werken, patiënten moeten het kunnen gebruiken, ziekenhuizen moeten het kunnen organiseren en zorgsystemen moeten het kunnen dragen. Dit werkpakket onderzoekt daarom wat helpt en wat belemmert bij invoering in de dagelijkse praktijk. Onderzoekers kijken daarbij naar haalbaarheid, schaalbaarheid en ervaringen van gebruikers. Ook brengen zij knelpunten in kaart en onderzoeken zij wat nodig is om succesvolle innovaties breder beschikbaar te maken.
Werkpakket 8 richt zich op equity, inclusie en patiëntenparticipatie.
Dit onderdeel is voor Stichting VrouwenHart bijzonder belangrijk. Het gaat over de vraag of nieuwe kennis en technologie eerlijk en toegankelijk worden ontwikkeld. Onderzoekers kijken daarbij naar verschillen in geslacht, gender, sociaaleconomische achtergrond, culturele en etnische diversiteit, digitale toegang en andere factoren.
Al die factoren kunnen bepalen of iemand op tijd passende zorg krijgt.
Ook patiëntenparticipatie hoort hierbij. Patiënten brengen namelijk waardevolle kennis mee over wat in het dagelijks leven werkelijk nodig is.
Werkpakket 9 gaat over communicatie, verspreiding en educatie.
Onderzoek heeft pas impact als de kennis ook wordt gedeeld. Dit werkpakket richt zich op communicatie naar wetenschappers, zorgverleners, patiënten, beleidsmakers en het bredere publiek. Daarbij gaat het om publicaties, congressen, webinars, educatief materiaal, social media, beleidscommunicatie en begrijpelijke informatie voor patiënten. Voor Stichting VrouwenHart is dit herkenbaar: kennis moet niet alleen bestaan, maar ook mensen bereiken.
Werkpakket 10 richt zich op ethiek.
Bij een project waarin AI, digitale monitoring, patiëntgegevens, nieuwe technologie en kwetsbare patiëntgroepen samenkomen, is ethische aandacht onmisbaar. Dit werkpakket bewaakt ethische vragen binnen het project. Denk aan verantwoord gebruik van data, eerlijke toepassing van AI, bescherming van deelnemers, transparantie en de manier waarop innovaties invloed kunnen hebben op patiënten en zorgverleners. Juist bij nieuwe technologie is het belangrijk dat vooruitgang hand in hand gaat met zorgvuldigheid.
Samen laten deze werkpakketten zien dat EXIT-CVD niet alleen een verzameling losse studies is. Het project probeert juist de hele route te verbinden: van vroege signalen en betere diagnostiek tot gevorderde behandeling, implementatie, eerlijke toegang, patiëntbetrokkenheid en begrijpelijke communicatie.
Waarom dit belangrijk is voor vrouwen
Voor Stichting VrouwenHart is vooral belangrijk dat EXIT-CVD expliciet aandacht besteedt aan patiëntenparticipatie, diversiteit, implementatie en equity by design. EXIT-CVD kijkt vanaf het begin naar gelijkwaardigheid, in plaats van dit pas achteraf toe te voegen aan het onderzoek.
Dat is hard nodig.
Vrouwen zijn in cardiovasculair onderzoek nog te vaak ondervertegenwoordigd. Tegelijk weten we dat hart- en vaatziekten bij vrouwen anders kunnen ontstaan, anders kunnen verlopen en zich anders kunnen presenteren. Klachten worden niet altijd herkend als hartklachten. Onderzoeken laten soms geen klassieke vernauwingen zien, terwijl vrouwen wel degelijk ernstige klachten kunnen hebben. En juist bij aandoeningen zoals SCAD, coronaire vaatdysfunctie, microvasculaire angina, vasospastische angina, MINOCA en hartklachten zonder obstructieve kransslagadervernauwingen is betere kennis en herkenning van groot belang.
Binnen EXIT-CVD is het streven om over alle studies heen meer dan 50 procent vrouwelijke deelname te realiseren. Ook is er aandacht voor verschillen in geslacht, gender, sociaaleconomische achtergrond, etniciteit en toegang tot zorg.
Daarbij gaat het niet alleen om het aantal vrouwen dat meedoet.
Onderzoekers moeten vanaf het begin rekening houden met verschillen in klachten, meetwaarden, toegang tot zorg, digitale vaardigheden en sociaaleconomische achtergrond.
Ook moeten zij kijken hoe patiënten nieuwe technologie in het dagelijks leven kunnen gebruiken.
Juist daar maakt het patiëntenperspectief onderzoek scherper, praktischer en menselijker.
Dat past bij waar Stichting VrouwenHart zich voor inzet: zorg waarin vrouwen met hartklachten eerder worden gezien, gehoord en serieus genomen.
Onze rol binnen EXIT-CVD
Als partner in EXIT-CVD brengt Stichting VrouwenHart het patiëntenperspectief mee. Wij weten uit de verhalen van vrouwen hoe groot de impact kan zijn als klachten niet worden herkend, als er geen duidelijke diagnose komt, of als vrouwen het gevoel krijgen dat zij steeds opnieuw moeten bewijzen dat hun klachten echt zijn.
Die ervaringen zijn geen bijzaak. Ze zijn waardevolle kennis.
Vanuit Stichting VrouwenHart willen we helpen om het perspectief van patiënten zichtbaar te maken in het project. Wat betekent monitoring in het dagelijks leven? Welke vragen leven er bij vrouwen met hartklachten? Waar lopen patiënten tegenaan in de zorg? Welke uitkomsten doen er voor hen toe? En hoe zorgen we dat innovaties niet alleen technisch goed zijn, maar ook begrijpelijk, toegankelijk en bruikbaar voor de mensen om wie het gaat?
Want betere hartzorg begint niet pas bij behandeling.
Het begint bij eerder herkennen, beter luisteren en op tijd de juiste weg inslaan.
Studies die raken aan vrouwenhartgezondheid
Tijdens de online aftrapvergadering kwamen verschillende studies naar voren die vanuit vrouwenhartgezondheid extra relevant zijn.
Tijdens de aftrap werd duidelijk dat niet alle studies specifiek over vrouwen gaan. Wel raken verschillende onderdelen direct aan thema’s die belangrijk zijn voor vrouwenhartgezondheid.
Denk aan bloeddruk rond zwangerschap, SCAD, ANOCA, klachten zonder obstructieve vernauwingen, metabool risico na een acuut coronair syndroom en het herkennen van vroege signalen.
Een voorbeeld is de COMPAS-studie. In deze studie kijken onderzoekers naar continue bloeddrukmonitoring na de zwangerschap bij vrouwen met hypertensieve zwangerschapsaandoeningen.
Dat is belangrijk, omdat hoge bloeddruk tijdens of na de zwangerschap een signaal kan zijn voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten later in het leven.
Ook de Empower BP studie is relevant. Deze studie kijkt naar continue bloeddrukmonitoring bij vrouwen met SCAD en/of angina met niet obstructieve kransslagaders. Juist bij deze groep zijn klachten vaak wisselend, complex en moeilijk te vangen in één momentopname tijdens een consult.
Daarnaast is er de Pathway-studie. Onderzoekers kijken in deze studie welke combinatie van leefstijl, monitoring en begeleiding het metabole profiel na een acuut coronair syndroom verbetert.
Daarbij gaat het niet alleen om medische uitkomsten. Er is ook aandacht voor leefstijl, monitoring, therapietrouw en het voorkomen van nieuwe cardiovasculaire gebeurtenissen.
Ook de PROMIS-studie is interessant vanuit vrouwenhartgezondheid. Deze studie richt zich op bewustzijn rond vroege symptomen van een hartinfarct.
Onderzoekers vergelijken drie groepen: mensen uit de algemene bevolking, mensen die eerder een hartinfarct hebben gehad en mensen met terugkerende cardiovasculaire gebeurtenissen.
Met vragenlijsten brengen zij in kaart wat mensen weten over symptomen van een hartinfarct. Zo wordt duidelijk waar de verschillen tussen deze groepen zitten.
Dat is belangrijk, omdat betere herkenning niet alleen begint in het ziekenhuis. Het begint ook bij patiënten zelf, hun omgeving en de eerste zorgverleners die signalen moeten kunnen duiden.
Deze studies laten zien waarom onderzoekers vrouwen niet als aparte voetnoot moeten zien, maar als vanzelfsprekend onderdeel van betere hartzorg.
Technologie is pas waardevol als zij mensen bereikt
Nieuwe technologie kan veel betekenen voor de hartzorg. Denk aan slimme monitoring, betere beeldvorming, door AI ondersteunde analyse en nieuwe vormen van behandeling. Maar technologie is pas echt waardevol als zij patiënten ook daadwerkelijk helpt.
Daarom kijkt EXIT-CVD niet alleen naar de vraag of iets technisch werkt, maar ook naar de vraag of het toepasbaar is in de praktijk. Wat vraagt het van zorgverleners? Wat betekent het voor patiënten? Is het betaalbaar en schaalbaar? Past het binnen richtlijnen, vergoeding en beleid? En hoe zorgen we dat innovaties niet blijven hangen in onderzoeksrapporten, maar uiteindelijk leiden tot betere zorg?
Voor Stichting VrouwenHart is dat een heel herkenbare vraag. Want vrouwen met hartklachten hebben niet alleen behoefte aan nieuwe kennis. Zij hebben behoefte aan zorgverleners die die kennis herkennen, gebruiken en vertalen naar passende zorg.
Binnen EXIT-CVD zijn daarvoor aparte werkpakketten ingericht. Zo kijkt het project naar gezondheidseconomische waarde, regelgeving en toelating van nieuwe technologieën. EXIT-CVD onderzoekt wat nodig is om innovaties daadwerkelijk in te voeren in de zorgpraktijk.
Daarbij is duidelijke communicatie belangrijk voor iedereen die met deze innovaties te maken krijgt.
Dat geldt voor zorgverleners en ziekenhuizen, maar ook voor patiënten, beleidsmakers en het bredere publiek.
Samen bouwen aan betere hartzorg
De online aftrapvergadering van EXIT-CVD liet zien hoe breed en ambitieus dit project is. Binnen EXIT-CVD werken onderzoekers, klinische centra, technologiepartners, beleidsdeskundigen, patiëntenorganisaties en cardiovasculaire netwerken samen.
Samen richten zij zich op één grote uitdaging: hoe kunnen we het verloop van hart- en vaatziekten beter begrijpen, eerder beïnvloeden en uiteindelijk verbeteren?
Voor vrouwenhartgezondheid is dit een ontwikkeling om goed te volgen. Zeker omdat het project aandacht besteedt aan vroege herkenning, digitale monitoring, beeldvorming, gevorderde therapieën, patiëntenparticipatie en diversiteit in onderzoek.
Stichting VrouwenHart is trots om als partner bij te dragen aan dit project. Wij doen dat vanuit onze missie: vrouwen met hartklachten een stem geven, kennis vergroten en eraan bijdragen dat vrouwen sneller de herkenning, aandacht en hulp krijgen die zij nodig hebben.
Want betere hartzorg bouwen we samen. Met wetenschap, technologie, zorgverleners, beleidsmakers én patiënten.
Meer informatie over EXIT-CVD is te vinden via de officiële website:
https://exitcvd.eu/
Volg EXIT-CVD ook op LinkedIn:
https://www.linkedin.com/company/exit-cvd/
Lees ook ons eerdere artikel over Stichting VrouwenHart als partner in EXIT-CVD:
EXIT-CVD betere hartzorg door vroegtijdige herkenning
Geschreven door Renate Kaal-Poppelaars.
Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl . Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.